ECLI:NL:RBZWB:2025:2410
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven na een incident waarbij hij op 6 augustus 2021 in een plaats slachtoffer werd van zware mishandeling met een mes. Hoewel het staat vast dat eiser letsel heeft opgelopen, is de strafzaak tegen de verdachte geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.
De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven heeft de aanvraag afgewezen omdat onvoldoende duidelijkheid bestond over de aanleiding, toedracht en omstandigheden van het geweldsmisdrijf, alsmede over de mogelijke eigen rol van eiser. De verklaringen van eiser en zijn vriend verschillen onderling en wijken af van die van de verdachte en getuigen. De Commissie benadrukte dat een uitkering alleen passend is wanneer een duidelijk en logisch beeld van het geweldsmisdrijf kan worden vastgesteld.
De rechtbank toetst terughoudend vanwege de discretionaire bevoegdheid van de Commissie en concludeert dat de afwijzing redelijk is. De onduidelijkheden in de verklaringen en het feit dat er harddrugs bij de verdachte zijn gevonden, ondersteunen de conclusie dat het geweld mogelijk verband houdt met criminele activiteiten. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, en hij krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven.