ECLI:NL:RBZWB:2025:2412
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser heeft een uitkering aangevraagd uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven nadat hij op 6 augustus 2021 in een plaats slachtoffer werd van een poging tot doodslag en zware mishandeling waarbij hij met een mes werd gestoken. De strafzaak tegen de verdachte werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven wees de aanvraag af omdat onvoldoende duidelijkheid bestond over de aanleiding, toedracht en omstandigheden van het geweldsincident en de mogelijke eigen rol van eiser.
Eiser voerde aan dat hij en een vriend consistent waren in hun verklaringen en dat het niet relevant was dat er een ruzie was voorafgaand aan het geweld. Hij stelde dat zelfs bij eigen schuld een gedeeltelijke uitkering mogelijk zou zijn. De Commissie benadrukte dat een uitkering alleen passend is als duidelijk is wat er is gebeurd, omdat het fonds een solidariteitsuiting van de samenleving is.
De rechtbank oordeelde dat de Commissie haar discretionaire bevoegdheid redelijk had uitgeoefend. De verklaringen van eiser verschilden onderling en kwamen niet overeen met die van de verdachte en getuigen. Ook was het opmerkelijk dat eiser niet alle vragen van de politie wilde beantwoorden. De rechtbank volgde de motivering dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat het geweldsincident zich voordeed zoals eiser stelde, mede gelet op de mogelijke betrokkenheid van criminele activiteiten.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aanvraag af. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende onderbouwing.