ECLI:NL:RBZWB:2025:2444

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 april 2025
Publicatiedatum
24 april 2025
Zaaknummer
427407 / HA ZA 24-567 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Sterk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering nakoming renovatiewerkzaamheden en schadevergoeding

In deze civiele bodemzaak vordert eiseres nakoming van diverse renovatiewerkzaamheden door gedaagde, alsmede vergoeding van kosten voor het installeren van de keuken. Gedaagde betwist dat hij een overeenkomst met eiseres heeft gesloten en stelt dat hij slechts met haar ex-echtgenoot heeft gecontracteerd. De rechtbank oordeelt dat eiseres voldoende heeft gesteld en dat de overeenkomst tussen partijen is gesloten.

De rechtbank analyseert per gevorderde werkzaamheden of nakoming toekomt. Voor meerdere werkzaamheden, zoals het verwijderen van een muur, het vernieuwen van ondergrondse leidingen, het plaatsen van kozijnen, het schuren en verven van de trap, en het vervangen van plinten, is onvoldoende onderbouwing of is niet aannemelijk dat deze onderdeel uitmaken van de overeenkomst. Ook de stellingen over ondeugdelijke uitvoering van het tegelwerk worden onvoldoende gemotiveerd.

De vordering tot vergoeding van de kosten voor het installeren van de keuken wordt eveneens afgewezen omdat eiseres niet heeft aangetoond dat dit onderdeel van de overeenkomst was. Gezien het ontbreken van een beroep op nakoming worden de reconventionele vorderingen van gedaagde niet behandeld. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van € 2.545,00, met een uitvoerbaar bij voorraadverklaring.

Uitkomst: Vorderingen tot nakoming en schadevergoeding worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/427407 / HA ZA 24-567
Vonnis van 23 april 2025
in de zaak van
[partij 1],
wonende te [plaats 1] ,
eiseres in conventie,
verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen: [partij 1] ,
advocaat: mr. E.C. Douma,
tegen
[partij 2] h.o.d.n. [bedrijf],
wonende te [plaats 2] ,
gedaagde in conventie,
eiser in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen: [partij 2] ,
advocaat: mr. H. Akbaba.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 december 2024 en de daarin genoemde stukken,
- de voorwaardelijke conclusie van antwoord in reconventie,
- de mondelinge behandeling van 24 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen
zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[partij 1] heeft in februari 2023 met de heer [naam 1] een overeenkomst gesloten op grond waarvan de heer [naam 1] , althans zijn bedrijf, renovatiewerkzaamheden zou uitvoeren in de woning van [partij 1] en haar (thans ex-)echtgenoot de heer [naam 2] aan [adres] te [plaats 1] voor een bedrag van € 44.000,00.
2.2.
Kort nadat de werkzaamheden waren begonnen en de eerste factuur van € 20.000,00 aan de heer [naam 1] was betaald, heeft de heer [naam 1] de overeenkomst met [partij 1] ontbonden. De heer [naam 1] heeft [partij 2] naar voren geschoven om de nog gewenste werkzaamheden in de woning van [partij 1] en de heer [naam 2] te verrichten.
2.3.
[partij 2] en door [partij 2] ingeschakelde derden hebben werkzaamheden in de woning aan [adres] te [plaats 1] verricht. Partijen hebben in de periode van 27 oktober 2023 tot en met 30 oktober 2023 hierover gecorrespondeerd. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de uitvoering van de werkzaamheden.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[partij 1] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:
I. een veroordeling van [partij 2] tot:
a. het verwijderen van de muur op zolder en het repareren van het dak,
b. het vernieuwen van alle pijpleidingen in de woning,
c. het op de juiste wijze installeren van alle deuren en kozijnen,
d. het opnieuw plaatsen van tegels en plavuizen, zodat ze stabiel en vast liggen,
e. het schuren en verven van de trap en het verven van het trappenhuis in één kleur,
f. het vervangen van de verbindingsstukken van de radiatoren,
g. het vullen van gaten in een muur op zolder en het verven daarvan,
h. het vervangen van de niet juist gezaagde plinten en het verven van de plinten,
i. het vervangen van een gebarsten tegel in de badkamer,
alles binnen 30 dagen na het wijzen van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een
dwangsom,
II. een veroordeling van [partij 2] tot betaling van € 1.100,00,
III. een veroordeling van [partij 2] tot betaling van de proceskosten, vermeerderd met rente.
3.2.
[partij 1] legt aan haar vordering ten grondslag – kort en zakelijk weergegeven – dat zij met [partij 2] een overeenkomst heeft gesloten op grond waarvan [partij 2] renovatiewerkzaamheden in haar woning zou uitvoeren, dat [partij 2] de overeengekomen werkzaamheden niet volledig heeft uitgevoerd en de wel uitgevoerde werkzaamheden niet deugdelijk heeft uitgevoerd. Laatst bij brief van 31 mei 2024 is [partij 2] in de gelegenheid gesteld om de (herstel)werkzaamheden uit te voeren, maar [partij 2] heeft daaraan geen gevolg gegeven. Zij heeft de keuken door een derde moeten laten installeren, hoewel met [partij 2] was afgesproken dat hij dat zou doen. [partij 1] stelt dat [partij 2] daarom de daarmee gemoeide kosten van € 1.100,00 aan haar moet vergoeden.
3.3.
[partij 2] betwist niet dat hij renovatiewerkzaamheden in de woning aan [adres] te [plaats 1] heeft uitgevoerd, maar – zo stelt hij – de daaraan ten grondslag liggende overeenkomst heeft hij niet gesloten met [partij 1] , maar met de heer [naam 2] . [partij 1] kan hem uit hoofde van die overeenkomst daarom niet aanspreken tot nakoming. Als de rechtbank oordeelt dat ook [partij 1] contractspartij is bij de overeenkomst, dan geldt dat hij alle overeengekomen werkzaamheden naar behoren heeft uitgevoerd. [partij 2] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [partij 1] dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij 1] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij 1] in de proceskosten.
3.4.
Op de overige standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, bij de beoordeling nader ingegaan.
in voorwaardelijke reconventie
3.5.
[partij 2] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en onder de voorwaarde dat de rechtbank oordeelt (i) dat sprake is van een overeenkomst tussen [partij 1] en [partij 2] en (ii) dat aan [partij 1] een beroep op nakoming toekomt, samengevat:
I.
primaireen verklaring voor recht dat de overeenkomst is beperkt tot de werkzaamheden zoals genoemd in punt 3 van de conclusie van antwoord en dat [partij 1] een bedrag van € 13.650,00 moet betalen aan [partij 2] dan wel
subsidiair, indien [partij 2] wordt veroordeeld tot het uitvoeren van herstelwerkzaamheden:
a.
primairdat [partij 2] daartoe pas hoeft over te gaan na betaling door [partij 1] van een
bedrag van € 13.650,00 dan wel
b.
subsidiairdat [partij 2] daartoe pas hoeft over te gaan na betaling door [partij 1] van
een bedrag van € 6.350,00 en dat na uitvoering van de herstelwerkzaamheden
[partij 1] de slottermijn van € 7.300,00 aan [partij 2] betaalt,
II. een veroordeling van [partij 1] tot betaling van € 13.650,00, vermeerderd met rente,
III. een veroordeling van [partij 1] in de proceskosten.
3.6.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, bij de beoordeling nader ingegaan.

4.De beoordeling

wie is contractspartij?
4.1.
[partij 2] betwist dat hij de overeenkomst met [partij 1] heeft gesloten. Hij stelt dat hij uitsluitend met de heer [naam 2] heeft gecontracteerd.
4.2.
Op [partij 1] rust ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro de stelplicht en bij voldoende betwisting de bewijslast van haar stelling dat de overeenkomst tussen haar en [partij 2] tot stand is gekomen. De rechtbank is van oordeel dat [partij 1] aan haar stelplicht heeft voldaan en dat [partij 2] onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat hij ook met [partij 1] heeft gecontracteerd. Zo is tussen partijen niet in geschil dat de door [partij 1] overgelegde (kopie van een) agendapagina een opsomming bevat van aan [partij 2] opgedragen werkzaamheden. [partij 2] heeft ter zitting niet weersproken dat die opsomming tot stand is gekomen tussen [partij 1] , haar toenmalige echtgenoot [naam 2] en [partij 2] . Voorts heeft [partij 1] ter zitting ter onderbouwing van haar stelling verwezen naar de overgelegde correspondentie tussen haar en [partij 2] over de uitvoering van de (herstel-) werkzaamheden. In die correspondentie – zo stelt [partij 1] terecht – heeft [partij 2] zich niet op het standpunt gesteld dat hij geen overeenkomst heeft met [partij 1] . In reactie hierop heeft [partij 2] ter zitting zijn standpunt dat hij uitsluitend met de heer [naam 2] heeft gecontracteerd, gehandhaafd. Dat is naar het oordeel van de rechtbank geen voldoende (inhoudelijke) betwisting van de stelling van [partij 1] . Dat tussen [partij 1] en [partij 2] een overeenkomst tot stand is gekomen, wordt daarom als vaststaand aangenomen.
welke werkzaamheden maken deel uit van de overeenkomst?
4.3.
[partij 1] vordert (deugdelijke) nakoming van de tussen partijen overeengekomen werkzaamheden. Voor beantwoording van de vraag of [partij 1] een beroep op nakoming toekomt, is allereerst van belang om vast te stellen welke werkzaamheden partijen zijn overeengekomen. [partij 2] voert immers als verweer dat [partij 1] nakoming vordert van werkzaamheden, waarover partijen volgens hem geen afspraak hebben gemaakt.
4.4.
Partijen zijn het er over eens dat de werkzaamheden zoals genoteerd op de hiervoor genoemde agendapagina onder de tussen hen gemaakte afspraken vallen. Die werkzaamheden zijn geschreven in een voor de rechtbank onbekende taal. Hiervan is geen vertaling overgelegd. [partij 2] heeft in de conclusie van antwoord in punt 3 onder a tot en met p werkzaamheden opgesomd, waarvan hij stelt dat deze zijn overeengekomen. [partij 1] heeft dat niet weersproken, maar – zo stelt zij – die opsomming van werkzaamheden is niet volledig. [partij 1] stelt dat partijen daarnaast nog andere werkzaamheden zijn overeengekomen, die niet op schrift staan. [partij 2] heeft dat betwist. Voor beantwoording van de vraag of [partij 1] een beroep op nakoming toekomt ten aanzien van de gevorderde werkzaamheden zal de rechtbank daarom in beginsel uitgaan van de werkzaamheden opgesomd in punt 3 onder a tot en met p van de conclusie van antwoord.
komt [partij 1] een beroep op nakoming toe?
ten aanzien van verwijdering muur op zolder en reparatie van het dak
4.5.
[partij 1] vordert een veroordeling van [partij 2] tot verwijdering van de muur op zolder en tot reparatie van het dak. Ter zitting voert [partij 1] daartoe aan dat op de tweede verdieping de schoorsteen is verwijderd en dat deze daarom op de derde verdieping ook moet worden verwijderd, omdat volgens haar nu sprake is van instortingsgevaar. [partij 2] betwist dat partijen hierover afspraken hebben gemaakt. [partij 2] stelt dat [partij 1] hierover met [naam 1] heeft gesproken en nu probeert om via hem alle met [naam 1] afgesproken werkzaamheden uitgevoerd te krijgen. [partij 1] heeft dit naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd weersproken. Niet gesteld en niet gebleken is dat deze werkzaamheden onderdeel uitmaken van de overeenkomst met [partij 2] . Dat betekent dat [partij 1] ten aanzien van deze werkzaamheden geen beroep kan doen op nakoming.
ten aanzien van vernieuwen alle pijpleidingen in de woning
4.6.
[partij 1] vordert een veroordeling van [partij 2] tot het vernieuwen van alle pijpleidingen in de woning. Tussen partijen is niet in geschil dat [partij 2] het leidingwerk zowel in als onder de grond moest vernieuwen. Bij conclusie van antwoord stelt [partij 2] dat hij dit onderdeel van de overeenkomst is nagekomen. Volgens [partij 2] had de eerste aannemer namelijk het leidingwerk gesloopt dan wel onbruikbaar gemaakt. [partij 1] heeft ter zitting erkend dat [partij 2] het leidingwerk in de woning heeft vernieuwd, maar – zo stelt zij – [partij 2] heeft de ondergrondse leidingen volgens haar niet vernieuwd. Voor zover de vordering van [partij 1] ook is gericht op vernieuwing van het ondergrondse leidingwerk, geldt naar het oordeel van de rechtbank dat – gelet op de betwisting door [partij 2] – van [partij 1] mocht worden verwacht dat zij onderbouwd zou stellen dat [partij 2] op dit punt is tekortgeschoten. Zij had bijvoorbeeld foto’s of verklaringen kunnen overleggen. [partij 1] heeft dat nagelaten. Van een tekortkoming aan de zijde van [partij 2] is niet gebleken. Aan [partij 1] komt daarom ten aanzien van deze werkzaamheden geen beroep op nakoming toe.
ten aanzien van het installeren van alle deuren en kozijnen
4.7.
[partij 1] vordert een veroordeling van [partij 2] tot het op de juiste wijze installeren van alle deuren en kozijnen. [partij 2] stelt bij conclusie van antwoord dat hij enkel deuren moest plaatsen, geen kozijnen, en dat het hem niet duidelijk is wat precies de gebreken zijn aan de deuren. Daarop heeft [partij 1] ter zitting aangevoerd dat [partij 2] de deuren en kozijnen verkeerd heeft gemonteerd, dat [partij 2] , althans zijn personeel de deuren en kozijnen om die reden heeft verwijderd, waardoor zij nu op drie plaatsen in haar woning geen deuren en kozijnen heeft. [partij 2] betwist dit alles.
4.8.
Gelet op de betwisting door [partij 2] , is de rechtbank van oordeel dat van [partij 1] mocht worden verwacht dat zij onderbouwd zou stellen dat met [partij 2] is overeengekomen dat hij zowel deuren als kozijnen zou plaatsen. Uit de opsomming van werkzaamheden in punt 3 van de conclusie van antwoord kan immers alleen worden afgeleid dat [partij 2] gehouden was tot het “Bevestigen van deuren”, zodat niet zonder meer kan worden aangenomen dat [partij 2] ook kozijnen moest plaatsen. Dat [partij 2] in de op hem rustende verbintenis is tekortgeschoten, kan dan niet worden aangenomen. Het dossier biedt daarvoor geen enkel aanknopingspunt. Aan [partij 1] komt ten aanzien van deze werkzaamheden daarom geen beroep op nakoming toe.
ten aanzien van het opnieuw plaatsen van tegels en plavuizen
4.9.
[partij 1] vordert een veroordeling van [partij 2] tot het opnieuw plaatsen van tegels en plavuizen. Tussen partijen is niet in geschil dat [partij 2] tegels moest plaatsen en dat hij tegels heeft geplaatst. Wel is in geschil of [partij 2] die werkzaamheden naar behoren heeft uitgevoerd. Voor beantwoording van de vraag of [partij 2] de werkzaamheden naar behoren heeft uitgevoerd, is van belang wat [partij 1] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Het is aan [partij 1] , op wie de stelplicht rust, om dat voldoende gemotiveerd te stellen. In dat kader stelt [partij 1] dat [partij 2] de tegels direct op de houten vloer heeft gelegd, waardoor ze zijn gaan verschuiven. Volgens [partij 1] had [partij 2] eerst cement moeten aanbrengen voordat hij de tegels zou leggen en heeft [partij 2] door dit na te laten geen redelijke werkwijze toegepast.
4.10.
[partij 2] heeft dit betwist. Ter zitting heeft [partij 2] aangevoerd dat hij wel vaker tegels direct op houten vloeren legt en dat dit in het onderhavige geval een persoonlijke keuze van de klant is geweest. [partij 2] stelt dat hij vooraf heeft aangegeven dat als er hout op de vloer ligt, er beter met hout doorgelegd kan worden om problemen met de voegen te voorkomen, maar dat daarvoor niet werd gekozen. Hem is verzocht de tegels te leggen, zoals hij heeft gedaan, aldus [partij 2] . [partij 1] betwist dat. [partij 1] stelt dat het personeel van [partij 2] haar zou hebben gezegd dat de tegels op hout zijn gelegd om te bezuinigen. Dit is naar het oordeel van de rechtbank geen voldoende (inhoudelijke) weerlegging van het verweer van [partij 2] , dat het leggen van de tegels op de houten vloer een persoonlijke keuze van [partij 1] en/of de heer [naam 2] is geweest. [partij 1] heeft niet aan haar stelplicht voldaan. Onduidelijk blijft wat [partij 1] en [partij 2] hierover hebben afgesproken. De stelling van [partij 1] dat [partij 2] ten aanzien van het plaatsen van de tegels en plavuizen is tekortgeschoten, wordt daarom als onvoldoende gemotiveerd verworpen. Aan [partij 1] komt ten aanzien van deze werkzaamheden daarom geen beroep op nakoming toe.
ten aanzien van het schuren en verven van de trap en het verven van het trappenhuis
4.11.
[partij 1] vordert een veroordeling van [partij 2] tot het schuren en verven van de trap en het verven van het trappenhuis in één kleur. [partij 2] betwist dat partijen hierover een afspraak hebben gemaakt. Naar eigen zeggen van [partij 1] ter zitting heeft zij deze werkzaamheden nader afgesproken met de door [partij 2] ingeschakelde schilder, genaamd ‘ [naam 3] ’. Niet gesteld en niet gebleken is dat [partij 2] voor de nakoming van die afspraak met [naam 3] verantwoordelijk kan worden gehouden. [partij 2] heeft dat ook betwist. Ter zitting heeft [partij 1] mondeling aangegeven dat zij niet meer vordert dat deugdelijk schilderwerk moet worden afgeleverd. Aan [partij 1] komt ten aanzien van deze werkzaamheden geen beroep op nakoming toe.
ten aanzien van het vervangen van de verbindingsstukken van de radiatoren
4.12.
[partij 1] vordert een veroordeling van [partij 2] tot het vervangen van verbindingstukken van de radiatoren door juiste verbindingsstukken (met een hoek van 90 graden). [partij 2] betwist dat hij voor het plaatsen van die verbindingsstukken verantwoordelijk is. Dit heeft [partij 1] ter zitting onvoldoende gemotiveerd weersproken. De enkele stelling van [partij 1] dat [partij 2] de verwarming heeft gemonteerd en dat hij de verbindingsstukken van de verwarming verkeerd heeft geplaatst, is – gelet op de betwisting door [partij 2] – onvoldoende om het beroep van [partij 1] op nakoming te laten slagen. Aan [partij 1] komt ten aanzien van deze werkzaamheden daarom geen beroep op nakoming toe.
ten aanzien van het vullen van gaten in een muur op zolder en het verven daarvan
4.13.
[partij 1] vordert een veroordeling van [partij 2] tot het vullen en vervolgens verven van gaten in een muur op zolder. [partij 2] betwist dat deze werkzaamheden onderdeel uitmaken van de overeenkomst en dat dat wel zo zou zijn kan niet uit de opsomming van werkzaamheden in punt 3 van de conclusie van antwoord worden afgeleid. Het had daarom op de weg van [partij 1] gelegen om voldoende onderbouwd te stellen en toe te lichten in welke specifieke verbintenis uit de overeenkomst [partij 2] is tekortgeschoten en op welke wijze. [partij 1] heeft dat nagelaten. Daarmee heeft [partij 1] niet voldaan aan haar stelplicht. Dat [partij 1] ten aanzien van deze werkzaamheden een beroep op nakoming toekomt, kan daarom niet worden aangenomen.
ten aanzien van het vervangen en verven van plinten
4.14.
[partij 1] vordert een veroordeling van [partij 2] tot het vervangen van niet juist gezaagde plinten en het verven van die plinten. [partij 2] betwist dat het plaatsen van plinten onderdeel uitmaakt van de overeenkomst. Ook hier geldt dat het tegendeel niet uit de opsomming van werkzaamheden in punt 3 van de conclusie van antwoord kan worden afgeleid. Van [partij 1] mocht daarom worden verwacht dat zij onderbouwd zou stellen en toelichten in welke concrete afspraak [partij 2] is tekortgeschoten en waaruit die tekortkoming concreet bestaat. Door dat na te laten heeft [partij 1] niet voldaan aan haar stelplicht. Dat [partij 1] ten aanzien van deze werkzaamheden een beroep op nakoming toekomt, kan daarom niet worden aangenomen.
ten aanzien van het vervangen van een gebarsten tegel in de badkamer
4.15.
[partij 1] vordert een veroordeling van [partij 2] tot het vervangen van een gebarsten tegel in de badkamer. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet worden aangenomen dat [partij 1] ten aanzien van deze werkzaamheden een beroep op nakoming toekomt. [partij 2] heeft immers betwist dat hij daartoe gehouden is en [partij 1] heeft onvoldoende gesteld waaruit volgt dat [partij 2] deze tegel wel zou moeten vervangen. Aan haar komt ten aanzien van deze werkzaamheden daarom geen beroep op nakoming toe.
heeft [partij 1] recht op schadevergoeding?
4.16.
[partij 1] vordert een veroordeling van [partij 2] tot vergoeding van de kosten gemoeid met het installeren van de keuken. [partij 1] stelt dat zij met [partij 2] is overeengekomen dat hij de keuken zou installeren. [partij 2] heeft dat nagelaten. Zij heeft daarom de keuken door een derde laten installeren. Zij heeft alle overeengekomen werkzaamheden al aan [partij 2] betaald. [partij 2] is daarom gehouden de kosten van deze derde aan haar te vergoeden, aldus [partij 1] .
4.17.
[partij 2] heeft betwist dat het installeren van de keuken onderdeel uitmaakt van de overeenkomst. Uit de opsomming van werkzaamheden in punt 3 van de conclusie van antwoord kan het tegendeel niet worden afgeleid. Het had naar het oordeel van de rechtbank dan ook op de weg van [partij 1] gelegen om onderbouwd te stellen dat met [partij 2] is overeengekomen dat hij de keuken zou installeren. Het dossier biedt geen aanknopingspunten om dat aan te kunnen nemen. [partij 1] heeft op dit punt niet aan haar stelplicht voldaan. Dat [partij 2] kan worden aangesproken tot vergoeding van de gevorderde kosten kan daarom niet worden aangenomen.
conclusie
4.18.
Op grond van wat hiervoor is overwogen concludeert de rechtbank dat [partij 1] geen beroep op nakoming toekomt en tegenover [partij 2] geen aanspraak kan maken op vergoeding van een bedrag van € 1.100,00. De vorderingen van [partij 1] worden daarom afgewezen.
4.19.
Nu [partij 1] geen beroep op nakoming toekomt, wordt aan één van de voorwaarden waaronder [partij 2] de reconventionele vordering heeft ingesteld niet voldaan. De rechtbank beschouwt deze vordering daarom als niet ingesteld, zodat deze verder niet besproken zal worden.
de kosten van de procedure
4.20.
[partij 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij 2] worden begroot op:
- griffierecht
1.325,00
- salaris advocaat
1.042,00
(2 punten × € 521,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.545,00
4.21.
De door [partij 2] verzochte uitvoerbaar bij voorraadverklaring zal als niet weersproken worden toegewezen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [partij 1] af,
5.2.
veroordeelt [partij 1] in de proceskosten van € 2.545,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [partij 1] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door Sterk en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2025.