ECLI:NL:RBZWB:2025:2447

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 april 2025
Publicatiedatum
24 april 2025
Zaaknummer
11292098 CV EXPL 24-4486 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dijkman
  • E.J.G. Eijssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 6:233 BWArt. 6:96 lid 5 BWArt. 6:119 BWArt. 7:218 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consument moet resterend eigen risico voor bovenhoofdse schade aan gehuurde auto betalen

De zaak betreft een consument die een bestelauto huurde van Autohopper en het eigen risico voor schade had verlaagd naar €500. Bij terugkomst bleek bovenhoofdse schade aan de auto te zijn ontstaan. Volgens het huurcontract geldt voor bovenhoofdse schade echter altijd een eigen risico van maximaal €1.500, ongeacht een verlaging van het eigen risico.

De kantonrechter stelde vast dat de consument voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst voldoende duidelijk is geïnformeerd over het hogere eigen risico bij bovenhoofdse schade. Dit bleek uit de reserveringsmail, de getekende overeenkomst en de algemene voorwaarden die bij de overeenkomst hoorden. De consument had ook tijdens het reserveringsproces via de website expliciet kennis kunnen nemen van deze informatie.

De kantonrechter oordeelde dat het beding over het hogere eigen risico bij bovenhoofdse schade niet onredelijk of oneerlijk is. De consument is aansprakelijk voor de schade en moet het resterende bedrag van €1.001,38 betalen. Daarnaast is de wettelijke rente over dit bedrag verschuldigd. Het beding over incassokosten in de algemene voorwaarden werd echter vernietigd als onredelijk bezwarend, waardoor vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen.

De consument werd veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag plus rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Consument is veroordeeld tot betaling van het resterende eigen risico van €1.001,38 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11292098 \ CV EXPL 24-4486
Vonnis van 23 april 2025
in de zaak van
AUTOHOPPER ZUID B.V.,
te Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: Autohopper,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
[gedaagde] heeft als consument een auto gehuurd van Autohopper waarbij hij het eigen risico voor schade heeft verlaagd naar € 500,00 euro. Aan de auto is bovenhoofdse schade ontstaan. Volgens het huurcontract geldt voor bovenhoofdse schade altijd een eigen risico van maximaal € 1.500,00, ongeacht of het eigen risico is verlaagd.. De kantonrechter vindt dat [gedaagde] hierover voldoende is geïnformeerd voorafgaand aan het sluiten van het huurcontract. [gedaagde] moet dan ook de resterende schade aan de auto aan Autohopper betalen. .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 30 augustus 2024 met producties,
  • de conclusie van antwoord,
  • de conclusie van repliek,
  • de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 7 mei 2023 heeft [gedaagde] een reserveringsaanvraag gedaan op de website van Autohopper, waarna hij een e-mailbericht ontvangen van Autohopper:
“Hartelijk dank voor je reserveringsaanvraag. Hieronder zie je de door jou doorgegeven gegevens. We laten je zo snel mogelijk weten of deze door kan gaan!
(…)
“Bestelbus 20 m3 laadruimte 139,00
Verlaging eigen risico (1000,- > 500,-) 19,00
Totaalprijs
Te betalen bij afhalen 658,00
Eigen risico bovenhoofdse schade 1.500,-
Dit bedrag betaal je alleen bij schades boven de 1.90m. en is niet te verlagen”.
2.2.
Op 12 mei 2023 heeft [gedaagde] van Autohopper een Renault Master G20, [kenteken] , gehuurd voor een periode van 1 dag tegen een prijs van € 158,00. Op de door partijen getekende overeenkomst staat onder meer:
“Let op! Het voertuig is WA/Casco verzekerd met een eigen risico van 500.00 per schade. (…) Bovenhoofdse schade heeft altijd een Eigen Risico van € 1.500,- voor consumenten en € 5.000,- voor zakelijke klanten (tenzij er afwijkende afspraken zijn gemaakt)”.
2.3.
Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van toepassing. Hierin staat onder meer:
Artikel 9: Aansprakelijkheid Pro van de huurder voor schade (…)
5. In afwijking van het overeengekomen eigen risico, geldt een hoog eigen risico van
• maximaal € 1500,- voor de huurder die consument is;
• maximaal € 5000,- voor de huurder die niet consument is;
voor schade die is ontstaan ten gevolge van beschadiging van, of toegebracht met, enig deel van het voertuig dat zich op een afstand van meer dan 1,90 m boven de grond bevindt, dan wel is toegebracht met enig deel van de lading dat zich boven die hoogte bevindt. Indien het voertuig een bestel-, vracht- of kampeerauto is, geldt voornoemd hoog eigen risico ook voor schade die het gevolg is van beschadiging van, of toegebracht met, enig deel van het voertuig, dan wel toegebracht met enig deel van de lading dat zich op een hoogte van minder dan 1,90 m boven de grond binnen een afstand van 75 cm van de bovenzijde van het voertuig of van de daarbovenuitstekende lading bevindt, mits aannemelijk is dat de schade is ontstaan door een aanrijding met dat deel van het voertuig of van de lading.(…)
Artikel 6: Betaling Pro (…)
3. Betaling dient, tenzij anders is overeengekomen, onmiddellijk na ommekomst van de
huurtermijn te geschieden. Indien huurder niet op tijd betaalt, is hij van rechtswege in verzuim.
Vanaf de datum van verzuim is huurder over het openstaande bedrag de wettelijke rente,
vermeerderd met 2% op jaarbasis verschuldigd, waarbij een gedeelte van een maand als een
maand geldt.
4. Indien huurder ook na sommatie in gebreke blijft het verschuldigde bedrag te betalen, is hij alsmede gehouden tot vergoeding van incassokosten. Onder incassokosten wordt verstaan alle
kosten die verhuurder in en buiten rechte maakt voor de invordering van het verschuldigde bedrag
met een minimum van 15% van het verschuldigde bedrag dan wel, indien het verschuldigde
bedrag kleiner is dan € 500,- (excl. BTW), met een minimum van € 75,- (excl. BTW).”
2.4.
De huur en de borg van in totaal € 658,00 heeft [gedaagde] aan Autohopper betaald.
2.5.
Bij inlevering van de auto door [gedaagde] bleek er bovenhoofdse schade aan de auto te zijn voor een bedrag van € 1.987,23.
2.6.
Bij factuur van 15 mei 2023 heeft Autohopper een bedrag van € 1.001,38 aan schade bij [gedaagde] in rekening gebracht, maar ondanks sommaties heeft [gedaagde] dit niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
Autohopper vordert – samengevat, uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.228,57, te vermeerderen met rente en (proces)kosten. Autohopper legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting uit de huurovereenkomst van een auto. Op grond van die overeenkomst moet [gedaagde] in totaal een bedrag van € 1.500,00 betalen voor de bovenhoofdse schade aan de auto, maar ondanks sommaties heeft [gedaagde] nagelaten om het nog openstaande bedrag te betalen.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] betwist een bedrag van € 1.500,00 aan schade verschuldigd te zijn. Hij moet op grond van de overeenkomst slechts maximaal € 500,00 betalen, omdat dit het eigen risico is dat uitdrukkelijk is overeengekomen en de algemene voorwaarden zijn niet op duidelijke en ondubbelzinnige wijze gecommuniceerd.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ambtshalve toetsing informatieplichten
4.1.
De vordering van Autohopper is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van een dergelijke overeenkomst moet ter bescherming van de consument onder meer aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen worden voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Voor de vraag welke informatieplichten precies gelden moet eerst worden vastgesteld van welke soort overeenkomst er sprake is.
4.2.
Op 7 mei 2023 heeft [gedaagde] op de website van Autohopper een reserveringsaanvraag gedaan voor de auto. Autohopper heeft vervolgens een e-mail met daarin de gegevens van de reservering gestuurd waarin zij aangeeft dat zij zo snel mogelijk laat weten of de reservering door kan gaan. De kantonrechter is van oordeel dat er op dat moment nog geen overeenkomst is gesloten, omdat dan nog niet duidelijk is of de auto gehuurd kan worden en er ook nog niet is gebleken dat er een betalingsverplichting is ontstaan. Op 12 mei 2023 is [gedaagde] naar Autohopper gegaan en is de overeenkomst door partijen getekend. De kantonrechter stelt daarmee vast dat de overeenkomst is aangegaan in de verkoopruimte van Autohopper. De vordering is dus gebaseerd op een overeenkomst, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten (artikel 6:230l Burgerlijk Wetboek (BW).
4.3.
De vraag is vervolgens of Autohopper aan [gedaagde] op duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230l BW bedoelde informatie heeft verstrekt. Volgens artikel 6:230l onder c BW moet de informatie over de totale prijs van de zaak of dienst en in ieder geval het feit dat er eventueel extra kosten verschuldigd kunnen zijn in duidelijke en begrijpelijke wijze worden verstrekt.
4.4.
Autohopper stelt dat de informatie over het niet te verlagen eigen risico van € 1.500,00 bij bovenhoofdse schade voldoende duidelijk is gecommuniceerd bij het sluiten van de overeenkomst. Autohopper heeft verwezen naar de op 12 mei 2023 door partijen getekende overeenkomst waar op de voorzijde de informatie over bovenhoofdse schade vermeld staat en op de achterzijde de algemene voorwaarden gedrukt staan en dat heeft [gedaagde] niet weersproken. Volgens [gedaagde] was Autohopper op dat moment te laat met het verwijzen naar de algemene voorwaarden, omdat de overeenkomst al was gesloten via de website, maar hier gaat de kantonrechter niet in mee. Zoals hiervoor is overwogen onder punt 4.2 was er op dat moment nog geen sprake van een overeenkomst en was Autohopper dus nog niet te laat. [gedaagde] heeft nog aangevoerd dat de informatie over het eigen risico niet duidelijk is weergegeven in het reserveringsproces op de website, maar Autohopper heeft hierbij stapsgewijs toegelicht dat [gedaagde] bij het maken van de keuze voor verlaging van het eigen risico informatie krijgt over onder meer het eigen risico bij bovenhoofdse schade (via het “?” icoontje). Ook heeft Autohopper toegelicht dat [gedaagde] via het reserveringsproces heeft verklaard dat hij de algemene voorwaarden heeft gelezen en daarmee akkoord is gegaan (door middel van het zetten van een vinkje). Verder heeft [gedaagde] niet weerweersproken dat hij vervolgens per e-mailbericht de gegevens van zijn reservering heeft ontvangen, waarin duidelijk vermeld staat dat voor bovenhoofdse schade een eigen risico geldt van € 1.500,00 dat niet te verlagen is.
4.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Autohopper voldoende duidelijk toegelicht dat zij bij het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplichten van artikel 6:230l BW heeft voldaan.
(Ambtshalve) toetsing oneerlijke bedingen
4.6.
De kantonrechter moet ook ambtshalve onderzoeken of de bedingen die in de tussen partijen gesloten overeenkomst en algemene voorwaarden staan, niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/12/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Een beding wordt als oneerlijk beschouwd als het in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort.
Eigen risico bij bovenhoofdse schade
4.7.
Volgens [gedaagde] is het in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid om van hem als consument te verlangen dat hij € 1.500,00 betaalt, omdat hij op basis van de overeenkomst mocht verwachten dat zijn aansprakelijkheid beperkt zou blijven tot maximaal € 500,00. De optie voor het verlagen van het eigen risico naar € 500,00 is volgens [gedaagde] dan ook misleidend. De kantonrechter overweegt dat op grond van de wet de huurder van een auto aansprakelijk is voor de door hem toegebrachte schade (artikel 7:218 BW Pro). Het eigen risico beperkt de aansprakelijkheid voor de schade van de consument, met uitzondering van de gevallen zoals genoemd in de algemene voorwaarden van Autohopper. De kantonrechter is van oordeel dat de uitzondering van bovenhoofdse schade op het overeengekomen eigen risico op zichzelf geen oneerlijk beding is in de zin van de Richtlijn. Het is niet onredelijk dat bepaalde typen schade worden uitgezonderd. Ook is er geen sprake van een onevenredig hoge schadevergoeding. De kantonrechter zal het beding dan ook niet vernietigen.
Conclusie
4.8.
Bij factuur van 15 mei 2023 heeft Autohopper het nog resterende bedrag van € 1.001,38 aan bovenhoofdse schade bij [gedaagde] in rekening gebracht. Gelet op het voorgaande kan de gevorderde betaling hiervan worden toegewezen.
Wettelijke rente
4.9.
Autohopper heeft ook wettelijke rente gevorderd. In artikel 6 van Pro de algemene voorwaarden is over rente een beding opgenomen. De kantonrechter moet beoordelen of dit artikel onredelijk bezwarend is voor [gedaagde] zoals bedoeld in artikel 6:233 onder Pro a BW, ook al heeft Autohopper haar vordering niet gebaseerd op de algemene voorwaarden maar op de wet. Zou het rentebeding moeten worden vernietigd, dan kan Autohopper ook geen rente op grond van de wet vragen. Uit het artikel in de algemene voorwaarden volgt dat [gedaagde] de wettelijke rente vermeerderd met 2% op jaarbasis verschuldigd is. De kantonrechter is van oordeel dat de contractuele regeling niet zodanig afwijkt van de wettelijke regeling dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld. Het beding wordt in stand gelaten en de gevorderde vergoeding van de wettelijke rente - € 76,98 berekend tot en met 22 augustus 2024 - is toewijsbaar.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.10.
Autohopper vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter overweegt dat het contractuele beding over de buitengerechtelijke incassokosten ten nadele van de consument afwijkt van wat is bepaald in artikel 6:96 lid 5 BW Pro en het daarop gebaseerde Besluit. Volgens dit beding is de rente altijd ten minste 15% van de hoofdsom of, als het verschuldigde bedrag kleiner is dan € 500,00 (exclusief BTW), minimaal € 75,00. Daarmee is de vergoeding hoger dan de vergoeding conform het Besluit. Het beding is daarom onredelijk bezwarend en dus oneerlijk voor de consument en moet vernietigd worden. Dit betekent dat de verhuurder ook geen aanspraak kan maken op de buitengerechtelijke incassokosten zoals die op grond van het Besluit berekend kunnen worden. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten daarom afwijzen.
Proceskosten
4.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Autohopper worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
113,54
- griffierecht
328,00
- salaris gemachtigde
270,00
(2 punten × € 135,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
779,04

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Autohopper te betalen een bedrag van € 1.078,36, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 1.001,38, met ingang van 23 augustus 2024
,tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 779,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken door mr. E.J.G. Eijssen op 23 april 2025.