ECLI:NL:RBZWB:2025:2452
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiser, die sinds een scooterongeluk in 2016 arbeidsongeschikt is, kreeg een WIA-uitkering toegekend. Het UWV stelde echter vast dat hij per 30 juni 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde daarom de uitkering. Eiser betwistte dit en voerde aan dat de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid onjuist was, met name vanwege onjuiste scores in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en onduidelijkheden over energetische beperkingen.
De rechtbank heeft het standpunt van het UWV getoetst aan de medische en arbeidsdeskundige rapporten. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige b&b hadden de belastbaarheid van eiser zorgvuldig vastgesteld, rekening houdend met zijn klachten, waaronder een enkelbrace en mentale klachten. De rechtbank vond de motivering van het UWV overtuigend, onder meer dat beschermend schoeisel mogelijk is ondanks de brace en dat tillen, dragen en trappenlopen passend zijn beoordeeld.
Daarnaast was de functie 'productiemedewerker textiel' als referentie voor het maatmaninkomen adequaat gekozen. De rechtbank concludeerde dat de beperkingen niet waren onderschat en dat het UWV terecht de uitkering beëindigde omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de beëindiging van de WIA-uitkering per 30 juni 2023.