Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 3 april 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2.De feiten
“23.2 Telkens indien een uit hoofde van de huurovereenkomst door Huurder verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldag is voldaan, verbeurt Huurder aan Verhuurder van rechtswege per kalendermaand vanaf de vervaldag van dat bedrag een direct opeisbare boete van 1% van het verschuldigde per kalendermaand, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt, met een minimum van € 300 per maand. […]
3.Het geschil
“ongeldig gemaakt complete with docusign huurovereenkomst kantoorruimte”. Volgens de makelaar was vanwege handmatige aantekeningen op het contract door de verhuurder het contract nietig. Ondanks verzoek van [gedaagde] om een nieuwe overeenkomst en toelichting op wat er gewijzigd was, heeft hij deze niet ontvangen, aldus [gedaagde] . Een goed contract was voor hem wel essentieel om verder met elkaar te gaan. [gedaagde] heeft ook nooit een sleutel gekregen en heeft nooit gebruik gemaakt van het bedrijfspand.
4.De beoordeling
5.De beslissing
- € 12.100 (€ 10.587,50 + € 1.512,50) aan achterstallige huur tot en met 1 april 2025,
- € 2.400,00 (€ 2.100,00 + € 300,00) aan verbeurde contractuele boetes in verband met de achterstallige huur tot en met 1 april 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis tot de volledige betaling,
- € 3.025,00 aan achterstallige waarborgsom,
- € 3.563,45 aan voorschot op de schadevergoeding voor makelaarskosten,
- € 2.041,88 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis tot de volledige betaling,