Betrokkene is veroordeeld voor medeplegen van de handel in cocaïne in georganiseerd verband. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, berekend op basis van een politie-rapport en bewijsmiddelen uit de hoofdzaak.
De rechtbank baseert zich op het rapport dat gebruik maakt van extrapolatie van transacties en omzet, waarbij een periode van 1 december 2021 tot 3 juli 2023 wordt gehanteerd. De dagomzet is vastgesteld op €2.847,-, met een netto voordeel van 50% na kosten. De totale ontnemingsperiode is vastgesteld op 529 dagen, rekening houdend met vakanties.
De verdediging verzocht om matiging van het bedrag en beperking van de ontnemingsperiode, onder meer vanwege afwezigheid van betrokkene en lagere winstmarge, maar leverde geen voldoende onderbouwing. De rechtbank verdeelt het voordeel gelijk over zes betrokkenen, inclusief een persoon met een bepalende rol.
De rechtbank stelt het ontnemingsbedrag vast op €125.505,25 en legt betrokkene de verplichting op tot betaling aan de staat. De vordering wordt voor het overige afgewezen. De ontnemingsmaatregel wordt als passend en rechtvaardig beschouwd.