Betrokkene is veroordeeld voor medeplegen van dealen in cocaïne in georganiseerd verband. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op een politierapport met een berekening van €165.410,70.
De verdediging stelde het voordeel lager, op €75.161,-, omdat zij alleen de periode eind augustus/begin september 2022 tot 3 juli 2023 als ontnemingsperiode wilde laten gelden. De rechtbank nam echter de volledige bewezenverklaarde periode van 1 oktober 2021 tot 3 juli 2023 als uitgangspunt, exclusief de dag van aanhouding.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op extrapolatie van afgeluisterde telefoongesprekken en WhatsApp-berichten, waarbij een dagomzet van €2.847,- werd vastgesteld. Na aftrek van 50% kosten, conform jurisprudentie, resulteert dit in een totaal voordeel van €841.288,-. Dit bedrag werd pondspondsgewijs verdeeld over zes betrokkenen, waaronder betrokkene, waardoor het voordeel voor betrokkene op €140.214,75 werd vastgesteld.
De rechtbank legde betrokkene de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen en wees de rest van de vordering af. Tevens werd de duur van gijzeling bij niet-betaling bepaald. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.