Eiseres vroeg een watervergunning aan voor de bouw van 31 appartementen en acht grondgebonden woningen nabij een primaire waterkering. Het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta weigerde deze vergunning omdat het bouwplan het leggerprofiel en het profiel van vrije ruimte doorsnijdt, wat de veiligheid van de waterkering kan schaden en toekomstige dijkverzwaring kan belemmeren.
Eiseres maakte bezwaar tegen de weigering, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat het dagelijks bestuur terecht uitgaat van de beleidsregels die golden ten tijde van de aanvraag, omdat de aanvraag vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. De aanvraag voldoet niet aan deze beleidsregels, onder meer omdat er wordt gebouwd in het profiel van vrije ruimte en met funderingen die niet grondverdringend zijn.
Hoewel eiseres aanvoert dat nieuwbouw in bestaande lintbebouwing mogelijk is en dat het beleid inmiddels is aangepast, oordeelt de rechtbank dat de oude beleidsregels van toepassing zijn en dat het dagelijks bestuur de vergunning daarom mocht weigeren. Het beroep wordt gegrond verklaard omdat het dagelijks bestuur ten onrechte aannam dat er geen sprake was van een bestaand bebouwingslint, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand. Het dagelijks bestuur wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.