ECLI:NL:RBZWB:2025:2494

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 april 2025
Publicatiedatum
25 april 2025
Zaaknummer
10243492 CV EXPL 22-3137 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van den Boom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:87 BWArt. 6:96 lid 2 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aannemingsgeschil over ondeugdelijke dakwerkzaamheden en toewijzing vervangende schadevergoeding

In deze civiele bodemzaak vordert eiser schadevergoeding wegens ondeugdelijk uitgevoerde dakwerkzaamheden door de aannemer. Na een deskundigenonderzoek concludeert de rechtbankdeskundige dat meerdere gebreken aanwezig zijn, waaronder foutief aangebrachte dampdichte folie en ondeugdelijke waterkeringen, die leiden tot lekkages.

De aannemer heeft niet gereageerd op het deskundigenrapport en is daarmee in verzuim gesteld. De kantonrechter neemt de schadebegroting van de rechtbankdeskundige als uitgangspunt en wijst een vervangende schadevergoeding toe van €3.473,92, inclusief btw en toeslag. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen.

De eisvermeerdering van eiser wordt afgewezen omdat de aannemer niet expliciet in de gelegenheid is gesteld hierop te reageren en de oorspronkelijke schadebegroting als voldoende wordt beschouwd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de aannemer wordt veroordeeld tot betaling van rente over de toegewezen bedragen.

Uitkomst: De aannemer is veroordeeld tot betaling van vervangende schadevergoeding, incassokosten, proceskosten en wettelijke rente wegens ondeugdelijke dakwerkzaamheden.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 10243492 CV EXPL 22-3137
Vonnis van 16 april 2025
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

2.
[eiser 2],
beiden wonende te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna gezamenlijk te noemen: [eisers] ,
gemachtigde: mr. R.H.U. Keizer,
tegen
[gedaagde] ,
h.o.d.n.
[bedrijfsnaam],
wonende en zaakdoende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 maart 2024;
- het deskundigenrapport;
- de conclusie na deskundigenbericht tevens houdende een eisvermeerdering van [eisers] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De kantonrechter handhaaft wat in de in deze zaak al gewezen vonnissen is overwogen en beslist. De inhoud daarvan moet hier als ingelast worden beschouwd.
2.2.
Bij tussenvonnis van 27 maart 2024 is een deskundigenonderzoek bevolen en is
[deskundige] van [adviesbureau] benoemd als deskundige. De rechtbankdeskundige heeft onderzoek gedaan en een conceptrapport opgesteld. Partijen hebben op dit conceptrapport gereageerd. Op 1 november 2024 heeft de rechtbank het definitieve rapport van deze deskundige (hierna: het deskundigenrapport) ontvangen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. [eisers] heeft dit gedaan bij conclusie op de rolzitting van 4 december 2024. [gedaagde] heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
Werkzaamheden dak
2.3.
De eerste vraag die in deze zaak beantwoord moet worden is of de rechtbankdeskundige heeft kunnen vaststellen op welk gedeelte van het achterdak van de woning van [eisers] [gedaagde] werkzaamheden heeft uitgevoerd. De rechtbankdeskundige concludeert dat op basis van de aangetroffen bouwmaterialen niet feitelijk is te achterhalen wie deze materialen heeft aangebracht. Wel heeft [gedaagde] aan de rechtbankdeskundige bevestigd dat hij voor de uitvoering van zijn werkzaamheden gebruik heeft gemaakt van wit dakfolie van het merk Polytex van Meuwissen Gerritsen. De rechtbankdeskundige heeft dit folie op zowel het linker- als rechtergedeelte van het achterdak aangetroffen. Volgens de rechtbankdeskundige is dit een indicatie dat [gedaagde] dit folie aan beide zijden op het achterdak van de woning heeft aangebracht. Omdat [gedaagde] geen gebruik heeft gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid te reageren op de inhoud van het deskundigenrapport, ziet de kantonrechter aanleiding om bij de verdere beoordeling van deze zaak ervan uit te gaan dat [gedaagde] aan beide zijden van het achterdak werkzaamheden heeft verricht.
Tekortkoming
2.4.
De tweede vraag die in deze zaak beantwoord moet worden is of [gedaagde] gebrekkig werk heeft geleverd en daardoor is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van aanneming van werk. Vast staat dat partijen geen schriftelijke overeenkomst hebben gesloten. Verder is er ook geen offerte overgelegd waaruit blijkt welke werkzaamheden [gedaagde] zou uitvoeren. Uit de processtukken is afgeleid dat [gedaagde] isolatiewerkzaamheden aan het dak zou uitvoeren. Aan de warme kant zou hij dampdichte folie en isolatiewol aanbrengen en aan de koude kant dampdoorlatende folie. Om deze werkzaamheden uit te kunnen voeren, moesten de dakpannen worden verwijderd. Na het verwijderen van de dakpannen zijn de panlatten en tengels vervangen door [gedaagde] . De prijs die is overeengekomen bedroeg € 2.000,00 (€ 1.500,00 + € 500,00 voor meerwerk). Dit bedrag is door [eisers] betaald. De kantonrechter gaat er bij de beoordeling van deze zaak dan ook vanuit dat dit de inhoud van de overeenkomst is geweest.
2.5.
Aan de rechtbankdeskundige zijn onder meer de onderstaande vragen voorgelegd:
  • kan worden vastgesteld dat er gebreken zijn aan het dak?
  • zo ja, waar bestaan deze gebreken dan uit, zorgen die voor lekkages en houden deze gebreken verband met de werkzaamheden die [gedaagde] heeft uitgevoerd?
Daarop heeft de rechtbankdeskundige als volgt geantwoord.
“Ter plaatse heb ik diverse bouwkundige details aangetroffen die in strijd zijn met de voorschriften dan wel de uitvoering van goed en deugdelijk werk waardoor deze details kunnen leiden tot vochtproblemen dan wel lekkages.
Resumerend beoordeel ik dat er sprake is van de volgende gebreken:
De Taftex dampdichte folie aan de binnenzijde is foutief aangebracht.
De EPDM waterkering bij de dakgoot aan de achterzijde is ondeugdelijk en niet duurzaam aangebracht.
De waterkeringen aan de buitenzijde van de schoorsteen zijn ondeugdelijk aangebracht.
De EPDM waterkering aan de bovenzijde van de schoorsteen is niet goed uitgevoerd.
De dakfolie aan de buitenzijde is op diverse plaatsen slordig aangebracht.
De onderste rij dakpannen aan de achterzijde is ondeugdelijk aangebracht.”
2.6.
De kantonrechter zal hieronder de door de rechtbankdeskundige geconstateerde gebreken beoordelen.
1. Dampdichte folie foutief aangebracht
[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij deze werkzaamheden via het dak uit heeft moeten voeren omdat de zolder was afgetimmerd met schroten. Hij kon dan ook aan de binnenzijde geen tape op de overlappende delen folie aanbrengen. Voor zover [gedaagde] hiermee het standpunt inneemt dat hij de werkzaamheden niet anders kon uitvoeren en hij dus niet aansprakelijk kan worden gehouden voor eventuele problemen die hierdoor op langere termijn ontstaan, wordt dit standpunt door de kantonrechter niet gevolgd. [gedaagde] had - als aannemer en dus professionele partij - [eisers] moeten waarschuwen voor eventuele problemen die zouden kunnen ontstaan door de gekozen werkwijze. [gedaagde] heeft niet gesteld en ook is niet gebleken dat hij dit heeft gedaan. Dit komt voor risico van [gedaagde] . Verder heeft [gedaagde] aangevoerd dat hij de folie met overlap heeft aangebracht en op de sporen heeft vastgeniet. De rechtbankdeskundige heeft dit tijdens zijn onderzoek niet geconstateerd. [gedaagde] heeft deze constatering niet (gemotiveerd) betwist nu hij niet heeft gereageerd op het deskundigenrapport. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om van het oordeel van de rechtbankdeskundige af te wijken. Dit betekent dat [gedaagde] de werkzaamheden op dit punt ondeugdelijk heeft uitgevoerd.
2. EPDM waterkering bij de dakgoot niet deugdelijk en duurzaam aangebracht
Niet in geschil is dat deze waterkering niet door [gedaagde] is aangebracht. [eisers] stelt dat hij deze waterkering zelf heeft aangebracht om een lekkage in de slaapkamer te verhelpen. [eisers] heeft onvoldoende onderbouwd gesteld dat het aanbrengen van een waterkering bij de dakgoot onder de overeenkomst viel. Ook uit het deskundigenrapport valt niet op te maken dat [gedaagde] gehouden was een waterkering aan te brengen. Bovendien volgt uit het deskundigenrapport dat de oorzaak van de lekkage in de slaapkamer de ongebruikelijke ligging van de onderste rij dakpannen is waardoor de dakpan van deze rij niet goed kan aansluiten op de aangepaste dakpan. Dit geconstateerde gebrek wordt onder punt 6 beoordeeld. [eisers] heeft dan ook onvoldoende onderbouwd dat dit gebrek - als gevolgschade - voor rekening van [gedaagde] zou komen.
3. Nieuwe waterkeringen aan de buitenzijde van de schoorsteen zijn ondeugdelijk vertonen openingen
Vast staat dat deze waterkering niet door [gedaagde] is aangebracht. [eisers] stelt dat het aanbrengen van deze waterkering een noodreparatie is geweest. [eisers] heeft onvoldoende onderbouwd gesteld dat het aanbrengen van een waterkering aan de buitenzijde van de schoorsteen onder de overeenkomst viel. Ook uit het deskundigenrapport valt niet op te maken dat [gedaagde] gehouden was een waterkering aan te brengen. Bovendien heeft de rechtbankdeskundige geen daadwerkelijke gebreken aangetroffen aan het dak. De dakpannen liggen over het algemeen zoals verwacht mag worden bij hergebruik. [eisers] heeft dan ook onvoldoende onderbouwd dat dit gebrek - als gevolgschade - voor rekening van [gedaagde] zou komen.
4. Bovenzijde schoorsteen EPDM niet goed uitgevoerd
Vast is komen te staan dat het EPDM aan de bovenzijde van de schoorsteen later is aangebracht. De rechtbankdeskundige heeft geconstateerd dat het EPDM is aangebracht op de panlat over de dakfolie. De normale werkwijze is dat het EPDM eerst op het dakbeschot wordt aangebracht waarna de dakfolie over dit EPDM wordt gelegd. Door de wijze waarop het EPDM nu is aangebracht, is de aansluiting van de dakpannen op de bovenzijde van de schoorsteen niet waterdicht. Dit leidt tot lekkages. Van [gedaagde] had als professionele partij mogen worden verwacht dat hij de werkzaamheden goed zou uitvoeren. Uit het deskundigenrapport volgt dat dit niet het geval is geweest zodat [gedaagde] de werkzaamheden op dit punt ondeugdelijk heeft uitgevoerd. Voor zover [gedaagde] meent dat het maken van een waterdichte aansluiting aan de bovenzijde van de schoorsteen niet onder zijn opdracht viel, had [gedaagde] als aannemer een waarschuwingsplicht. Hij had [eisers] erop moeten wijzen dat de manier waarop hij de dakfolie zou aanbrengen risico’s op lekkage met zich mee zou brengen. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan en dat komt voor zijn risico.
5. Dakfolie aan buitenzijde op diverse plaatsen slordig aangebracht
Uit het deskundigenrapport blijkt dat de dakfolie niet op deugdelijke wijze is aangebracht. Er is sprake van plooivorming waardoor het doorslagwater onder de dakpannen niet goed kan worden doorgevoerd. [gedaagde] heeft deze constatering niet (gemotiveerd) betwist omdat hij niet heeft gereageerd op het deskundigenrapport. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om van het oordeel van de rechtbankdeskundige af te wijken. Dit betekent dat [gedaagde] de werkzaamheden op dit punt ondeugdelijk heeft uitgevoerd.
6. De onderste rij dakpannen aan de achterzijde is ondeugdelijk aangebracht
[gedaagde] voert aan dat hij de onderste rij dakpannen niet heeft teruggelegd omdat daar nog werkzaamheden moesten plaatsvinden door of in opdracht van de vorige eigenaren. [gedaagde] heeft dit verweer onvoldoende onderbouwd zodat de kantonrechter daaraan voorbij gaat. Uit het deskundigenrapport volgt dat de onderste rij dakpannen bij de dakgoot een ongebruikelijke ligging heeft waardoor de dakpannen van deze rij niet goed aansluiten op de aangepaste dakpan. Hieruit volgt dat [gedaagde] dit deel van de werkzaamheden ondeugdelijk heeft uitgevoerd.
2.7.
De conclusie uit het voorgaande is dat [gedaagde] op een aantal punten is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van aanneming van werk. Vast staat dat geen oplevering heeft plaatsgevonden, zodat het risico van de gebreken bij [gedaagde] als aannemer ligt.
Schade
2.8.
[eisers] wil niet dat [gedaagde] het werk nog uitvoert en vordert in plaats daarvan vervangende schadevergoeding. De herstelkosten bedragen volgens [eisers] - na vermeerdering van eis - een bedrag van € 6.450,75. Omdat nakoming door [gedaagde] niet reeds blijvend onmogelijk is, moet [gedaagde] voor de toewijsbaarheid van een schadevergoeding in verzuim zijn geraakt.
2.9.
[eisers] heeft per e-mail van 13 december 2021 geklaagd bij [gedaagde] over het feit dat de dakpannen niet goed waren teruggelegd waardoor er bij regen water onder de dakpannen komt met lekkage als gevolg. [gedaagde] is verzocht om binnen 24 uur te reageren op de klacht. Omdat [gedaagde] geen contact opnam, heeft de (voormalig) gemachtigde van [eisers] [gedaagde] per brief van 20 december 2021 in gebreke gesteld. [eisers] heeft [gedaagde] een termijn van drie dagen gegeven om een passend herstelvoorstel te doen. In reactie op deze brief heeft [gedaagde] op 27 december 2021 meegedeeld dat hij de dakpannen precies zo heeft teruggelegd als voorheen en dat er op die manier nooit last van regenwater is geweest. Uit de mededeling van [gedaagde] heeft [eisers] mogen afleiden dat [gedaagde] niet zou nakomen. [gedaagde] is daardoor in verzuim geraakt.
2.10.
Per brief van 9 november 2022 heeft de gemachtigde van [eisers] de vordering tot nakoming van de overeenkomst omgezet in een vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding. De oorspronkelijke verbintenis tot nakoming is hiermee op grond van artikel 6:87 BW Pro rechtsgeldig omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding.
2.11.
[eisers] heeft naar aanleiding van het deskundigenrapport een conclusie genomen en daarin zijn eis vermeerderd. Uit het dossier blijkt dat [gedaagde] niet (expliciet) in de gelegenheid is gesteld zich uit te laten over deze eisvermeerdering. Omdat de eisvermeerdering niet wordt toegewezen - zoals hierna zal worden toegelicht - is [gedaagde] hierdoor niet in zijn belangen geschaad.
2.12.
[eisers] stelt dat het opvallend is dat de rechtbankdeskundige voor het verwijderen van alle dakpannen en het loshalen van de tengels om de dakfolie goed te leggen minder kosten begroot dan hun partijdeskundige (ZNEB) heeft begroot voor alleen het verwijderen van de dakpannen, panlatten en tengels. Na ontvangst van het conceptrapport heeft [eisers] dan ook bij 2 aannemers offertes opgevraagd en aan de rechtbankdeskundige overgelegd. Uit deze offertes blijkt dat de herstelkosten worden begroot op € 10.751,25 respectievelijk € 11.447,34. [eisers] erkent dat bij de overgelegde offertes is uitgegaan van het vernieuwen van dak materiaal dat ook hergebruikt kan worden. Bij de eisvermeerdering gaat [eisers] uit van de laagste offerte en houdt daarbij rekening met een aftrek van 40% in verband met een correctie oud voor nieuw. [eisers] vordert dan ook een bedrag aan herstelkosten van € 6.450,75. De kantonrechter gaat hieraan voorbij omdat de schadebegroting van de rechtbankdeskundige als uitgangspunt dient te worden genomen. Het feit dat [eisers] stelt meer kwijt te zijn aan herstelkosten dan de rechtbankdeskundige heeft begroot, is geen reden om van zijn schadebegroting af te wijken. [eisers] heeft ter onderbouwing van zijn standpunt twee niet gespecificeerde offertes van aannemers overgelegd. Dit is onvoldoende om te kunnen concluderen dat de rechtbankdeskundige de kosten die gemoeid zijn met het herstel van de gebreken te laag heeft ingeschat. Omdat niet alle door de rechtbankdeskundige geconstateerde gebreken aan [gedaagde] kunnen worden toegerekend, wijst de kantonrechter het volgende bedrag aan schadevergoeding toe:
  • Dampdichte folie dampdicht maken€ 590,00
  • Waterkering bovenzijde schoorsteen herstellen€ 305,00
  • Dakfolie aan de buitenzijde aanpassen€ 910,00
  • Onderste rij dakpannen aanpassen€ 370,00
  • Post Staartkosten 10%€ 217,50
Totaal excl. btw € 2.392,50
21% btw
€ 502,43
Totaal incl. btw € 2.894,93
- Vermeerderd met 20% toeslag
€ 578,99
Totaal€ 3.473,92
2.13.
De gevorderde wettelijke rente over € 3.473,92 is - als onbetwist - toewijsbaar en wel vanaf 5 december 2022 (de dag der dagvaarding).
Kosten partijdeskundige
2.14.
[eisers] maakt verder aanspraak op betaling van de kosten van het rapport van ZNEB van € 2.108,43. Op grond van artikel 6:96 lid 2 BW Pro komen redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking. Vereist is dat de verrichte werkzaamheden noodzakelijk waren en dat de gemaakte kosten naar hun omvang redelijk zijn. Dat is hier het geval. Op 13 december 2021 heeft [eisers] [gedaagde] voor het eerst op de hoogte gesteld van de problemen met het dak. Vervolgens heeft [eisers] [gedaagde] meermaals verzocht de gebreken aan het dak te herstellen om de lekkages op te lossen. [gedaagde] is niet tot herstel of vergoeding van de schade overgegaan. Tegen deze achtergrond valt goed te begrijpen en is het redelijk dat [eisers] op
8 april 2022 een deskundige onderzoek heeft laten doen naar de oorzaak van de lekkages op het dak. Bovendien heeft [gedaagde] hiertegen geen (gemotiveerd) verweer gevoerd.
2.15.
De gevorderde wettelijke rente over de gemaakte kosten voor de partijdeskundige van € 2.108,43 is toewijsbaar vanaf 5 december 2022.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.16.
[eisers] vordert buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter toetst de hoogte van de vordering aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [eisers] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat deze kosten zijn gemaakt. De vergoeding van € 754,92 die [eisers] voor deze kosten vordert, is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief van € 654,12 bij € 5.582,35 in hoofdsom. De kantonrechter wijst daarom € 654,12 toe, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 5 december 2022.
Proceskosten
2.17.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Hiertoe behoren ook de kosten van het deskundigenrapport waarvan [eisers] het voorschot heeft voldaan. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
133,57
- griffierecht
244,00
- kosten deskundige
2.858,02
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.048,59
2.18.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. Niet is gebleken dat de wettelijke rente over de kosten voor de rechtbankdeskundige al verschuldigd zouden zijn vanaf 5 december 2022.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen:
- € 3.473,92 aan vervangende schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 december 2022;
- € 654,12 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 december 2022;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, waarvan € 4.048,59 te betalen aan [eisers] binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen € 2.108,43 aan kosten voor de partijdeskundige, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 december 2022;
3.5.
verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Boom, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2025.