Uitspraak
1.DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [de jachthaven] ,
2.
[vennoot 1],
3.
[vennoot 2],
4.
[vennoot 3],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten een ligplaatsovereenkomst en een winterstallingsovereenkomst voor de zeilboot van de huurder bij de jachthaven. Tijdens een storm viel de boot van de bokken en beschadigde twee andere boten. De jachthaven voerde hijswerkzaamheden uit en factureerde de kosten deels aan de huurder, die deze en andere facturen niet betaalde.
De jachthaven vorderde betaling van de openstaande facturen inclusief incassokosten en rente. De huurder stelde dat de jachthaven tekort was geschoten bij het opbokken met ondeugdelijk materiaal, waardoor de boot onherstelbaar beschadigd raakte, en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de ligplaatsovereenkomst rechtsgeldig tot stand was gekomen en dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. De jachthaven had niet tekortgeschoten; het gebruikte materiaal en de wijze van stallen waren door onafhankelijke experts als ruim voldoende beoordeeld. De storm was de oorzaak van het omvallen.
De vordering van de jachthaven tot betaling van facturen en incassokosten werd toegewezen, terwijl de schadevordering van de huurder werd afgewezen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen en kosten, terwijl zijn schadevordering wordt afgewezen wegens geen tekortkoming van de jachthaven.