De huurder sloot op 1 december 2022 een huurovereenkomst voor een sociale huurwoning met Stichting Alwel. In juli 2024 constateerde de gemeente Roosendaal tijdens een controle dat er illegale prostitutieactiviteiten plaatsvonden in de woning. Alwel stelde dat de huurder ernstig tekort was geschoten en vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De huurder ontkende kennis te hebben gehad van de prostitutieactiviteiten en stelde dat de sekswerker zonder zijn medeweten in de woning verbleef. De kantonrechter oordeelde dat de huurder onvoldoende toezicht had gehouden en daarmee tekort was geschoten in zijn verplichtingen als goed huurder. Echter, de kantonrechter achtte de tekortkoming beperkt tot een eenmalig incident.
Bij de belangenafweging werd meegewogen dat ontbinding en ontruiming zouden leiden tot dakloosheid van de huurder, wat zijn hulpverlening en contact met zijn kinderen zou schaden. Ook was geen sprake van overlast of recidive. Daarom werd de vordering van Alwel afgewezen en werd de huurder een laatste kans gegeven zich als goed huurder te gedragen.
Alwel werd veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter waarschuwde dat bij herhaling van illegale prostitutieactiviteiten de rechter in een volgende procedure anders kan beslissen.