ECLI:NL:RBZWB:2025:2519
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- D.H. Hamburger
- R.J.H. de Brouwer
- L.W. Boogert
- Rechtspraak.nl
Beslissing op vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in amfetaminezaak
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen betrokkene, die was veroordeeld voor medeplegen van het vervaardigen van amfetamine. De officier van justitie stelde primair dat het voordeel gebaseerd moest worden op 376 kilogram amfetaminebase, met een bedrag van €447.100,00, subsidiair op 175 kilogram met nihil voordeel.
De verdediging betoogde dat er geen bewijs was voor een geslaagd eindproduct en dat het voordeel nihil of negatief moest worden gesteld, mede vanwege een te hoge verkoopprijs in het financieel rapport. De rechtbank was gebonden aan het arrest van het hof dat minimaal 175 kilogram amfetaminebase was vervaardigd.
Na beoordeling van het dossier en het financieel rapport concludeerde de rechtbank dat een hogere hoeveelheid dan 175 kilogram niet aannemelijk was. Uitgaande van een opbrengst van €420.000,00 en aftrekbare kosten van €455.500,00 stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil.
De overige verweren van de verdediging behoefden geen nadere bespreking. De rechtbank baseerde haar beslissing op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en sprak het vonnis uit op 23 april 2025.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil en wijst de vordering af.