ECLI:NL:RBZWB:2025:2520
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- D.H. Hamburger
- R.J.H. de Brouwer
- L.W. Boogert
- Rechtspraak.nl
Beslissing ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel amfetamineproductie
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 23 april 2025 de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen betrokkene, veroordeeld voor medeplegen van amfetamineproductie. De officier van justitie stelde primair een voordeel van €447.100,- vast op basis van 376 kilogram amfetaminebase, subsidiair een nihilbedrag bij 175 kilogram.
De verdediging betwistte het bestaan van een geslaagd eindproduct en stelde dat het voordeel nihil moet zijn, met verschillende subsidiaire berekeningen van de hoeveelheid amfetaminebase. De rechtbank is gebonden aan het onherroepelijke vonnis van 20 maart 2017 waarin minimaal 175 kilogram amfetaminebase werd vastgesteld.
Na beoordeling van het financieel rapport, het NFI-rapport en de betwisting van de verdediging concludeert de rechtbank dat een hogere hoeveelheid dan 175 kilogram niet aannemelijk is. Uitgaande van een opbrengst van €420.000,- en aftrekbare kosten van €455.500,- is het wederrechtelijk verkregen voordeel nihil.
De rechtbank wijst de vordering af en stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil. De overige verweren behoeven geen bespreking. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt op nihil gesteld wegens hogere aftrekbare kosten dan opbrengst.