ECLI:NL:RBZWB:2025:2536

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 april 2025
Publicatiedatum
28 april 2025
Zaaknummer
11403662 \ CV EXPL 24-5748
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Ebben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:253 BWArt. 6:254 BWArt. 8:441 lid 1 BWArt. 8:1125 lid 3 BWArt. 6:96 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering voor demurrage en opslagkosten bij containervervoer ananassen

MSC, een internationale vervoerder, heeft in opdracht van een derde een partij ananassen vanuit de Dominicaanse Republiek naar Rotterdam vervoerd. Exoburg, als geadresseerde en houder van het cognossement, vroeg om aflevering van de ananassen. Na aankomst bleef de container enkele dagen staan, waardoor MSC bijkomende kosten voor demurrage, opslag en elektriciteit factureerde aan Exoburg.

Exoburg erkent het vervoer en dat zij eerder bijkomende kosten voor een andere partij ananassen heeft betaald, maar betwist dat zij de kosten voor deze specifieke vracht heeft voldaan. Zij overlegt een betalingsbewijs dat betrekking heeft op een andere vracht met een ander containernummer en andere data. De rechtbank oordeelt dat Exoburg onvoldoende bewijs levert dat zij de gevorderde kosten heeft betaald.

MSC vordert betaling van €1.536,00 plus handelsrente en incassokosten. De rechtbank wijst deze vordering toe, inclusief een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van €230,40. De gevorderde rente vanaf de dagvaarding wordt toegewezen, maar een eerdere rentevordering wordt afgewezen wegens ontbreken van een geldige ingebrekestelling.

Exoburg wordt veroordeeld tot betaling van €1.766,40 plus rente en proceskosten van €691,22. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Exoburg wordt veroordeeld tot betaling van €1.766,40 plus rente en proceskosten aan MSC.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11403662 \ CV EXPL 24-5748
Vonnis van 23 april 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Mediterranean Shipping Company S.A.
gevestigd en kantoorhoudend te Geneve (Zwitserland)
eisende partij
hierna te noemen: MSC
gemachtigde: LikiFin
tegen
de besloten vennootschap
Exoburg Food & Beverage B.V.
gevestigd en kantoorhoudend te Tilburg
gedaagde partij
hierna te noemen: Exoburg
vertegenwoordigd door [naam]

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de akte van MSC
- de antwoordakte van Exoburg

2.De feiten

2.1.
MSC is een internationaal opererende vervoerder van containers per schip en over land. In deze procedure wordt zij vertegenwoordigd door haar agent (cargadoor) MSC Nederland.
2.2.
Exoburg is een groothandel in voedingsmiddelen.
2.3.
In augustus 2022 heeft MSC in opdracht van een derde een partij van 17.294 kilo verse ananassen vanuit de Dominicaanse Republiek naar Rotterdam vervoerd. Na aankomst heeft MSC de door de opdrachtgever aangewezen geadresseerde Exoburg verwittigd, waarna Exoburg zich tegenover MSC heeft gelegitimeerd als houder van de sea waybill (hierna: het cognossement) dat voor het vervoer van deze vracht werd afgegeven. Daarmee verzocht Exoburg om aflevering van de partij ananassen aan haar.
2.4.
Onderdeel van de vervoersovereenkomst tussen de afzender van de ananassen en MSC zijn de op de achterzijde van het cognossement vermelde algemene voorwaarden van MSC. Artikel 3 van Pro die voorwaarden luidt:

The terms and conditions of the Carrier’s applicable Tariff are incorporated into this Sea Waybill. Particular attention is drawn to terms and conditions concerning additional charges including demurrage, per diem, storage expenses and legal fees, etc. A copy of the applicable Tariff can be obtained from the Carrier or its agent upon request and the Merchant is deemed to know and accept such Tariff. In the case of any conflict or inconsistency between this Sea Waybill and the applicable Tariff, it is agreed that this Sea Waybill shall prevail.
2.5.
Na aankomst in Rotterdam heeft het een aantal dagen geduurd alvorens de partij ananassen feitelijk in het bezit van Exoburg is gekomen.

3.Het geschil

3.1.
MSC vordert dat Exoburg bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar € 2.150,68 te betalen, te vermeerderen met de handelsrente over € 1.536,00 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening. Tevens vordert MSC veroordeling, eveneens uitvoerbaar bij voorraad, van Exoburg in de kosten van deze procedure.
3.2.
Exoburg voert verweer.

4.De beoordeling

4.1.
MSC vordert in hoofdsom betaling van een drietal facturen die verband houden met het vervoer van een partij ananassen die bestemd waren voor Exoburg. Na aankomst in de haven van Rotterdam is de container gedurende een aantal dagen niet leeggehaald. Volgens MSC is Exoburg op het moment dat zij zich met het cognossement legitimeerde als geadresseerde en om afgifte van de partij ananassen verzocht toegetreden tot de vervoersovereenkomst [1] , en wel met terugwerkende kracht tot het moment dat de partij ananassen in de Rotterdamse haven arriveerde [2] . Onderdeel van de vervoersovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van MSC. MSC spreekt Exoburg aan op betaling van in de algemene voorwaarden vermelde bijkomende kosten die niet door de verzender zijn betaald [3] . Het gaat om € 870,00 voor ‘demurrage’ (overliggelden), € 306,00 voor ‘storage’ (opslag) en € 360,00 voor ‘plug-in’ (elektriciteit), in totaal € 1.536,00. Deze bedragen heeft zij op 31 augustus 2022 aan Exoburg gefactureerd.
4.2.
Exoburg erkent dat MSC voor haar een container met 1400 dozen verse ananassen heeft vervoerd. De bijkomende kosten heeft zij betaald, anders zou de container niet worden vrijgegeven. Dit is bovendien veel later gebeurd dan het vervoer van een partij van eveneens 1400 dozen met hetzelfde aantal kilogram ananassen waarvoor MSC thans betaling van bijkomende kosten verlangt, aldus Exoburg.
4.3.
Vastgesteld wordt dat Exoburg niet betwist dat zij partij is geworden bij de vervoersovereenkomst die tussen de afzender van de ananassen en MSC is aangegaan en zij daarom gebonden is aan (onder andere) de algemene voorwaarden waar MSC zich op beroept.
4.4.
In reactie op het verweer in de conclusie van antwoord van Exoburg voert MSC aan dat Exoburg tweemaal een partij ananassen uit handen van MSC heeft ontvangen. Exoburg weerspreekt dit niet, althans niet uitdrukkelijk. Zij wijst enkel op het gelijke aantal dozen en kilo’s in een vrachtbrief die zij bij haar conclusie in het geding heeft gebracht en de vrachtbrief waar MSC zich op beroept.
Overwogen wordt dat weliswaar opvallend is dat zowel de vrachtbrief die MSC ter onder-bouwing van haar vordering in het geding heeft gebracht, als de door Exoburg overgelegde vrachtbrief een partij van 1400 dozen verse ananassen met een totaal gewicht van 17.294 kilogram vermeldt maar voor het overige zijn alle gegevens anders. Beide vrachtbrieven hebben verschillende nummers, vermelden verschillende namen van vrachtschepen, verschillende vertrek- en aankomstdata en verschillende containernummers. Dat Exoburg de met die andere vracht gemoeide (bijkomende) kosten wel heeft voldaan omdat MSC de vracht anders niet wilde vrijgeven zoals Exoburg stelt, betekent niet dat daarmee vast staat dat Exoburg de kosten waarvan MSC nu betaling vordert destijds heeft voldaan. Exoburg heeft ook geen bewijs van betaling van die kosten in het geding gebracht. Het betalings-bewijs dat zij heeft overgelegd betreft een andere vracht dan de vracht waar dit geschil over gaat. Dat blijkt ook uit de op het rekeningafschrift vermelde factuurnummers. Geoordeeld wordt dan ook dat het verweer van Exoburg onvoldoende is onderbouwd, zodat zij zal worden veroordeeld om de gevorderde factuurbedragen aan MSC te voldoen.
4.5.
Daarnaast zal Exoburg een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aan MSC moeten voldoen. Die vergoeding is overeenkomstig de wet [4] gerelateerd aan de toe te wijzen hoofdsom en bedraagt in dit geval € 230,40.
4.6.
De door MSC over de hoofdsom van € 1.536,00 gevorderde wettelijke handelsrente wordt toegewezen vanaf 21 oktober 2024, de dag waarop de dagvaarding werd uitgebracht.
Weliswaar stelt MSC dat zij Exoburg in gebreke heeft gesteld en Exoburg in verzuim is maar dit blijkt niet uit door MSC in het geding gebrachte stukken. De sommatie van 3 april 2024 kan niet als een ingebrekestelling worden beschouwd nu daarin geen redelijke termijn voor nakoming is vermeld [5] . Het gevorderde bedrag van € 384,28 en de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 oktober 2024 tot en met 20 oktober 2024 wordt daarom niet toegewezen.

5.De proceskosten

5.1.
Exoburg is voor het grootste deel in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van MSC worden vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
115,22
- griffierecht
372,00
- salaris gemachtigde
204,00
(1 punt × € 204,00)
Totaal
691,22
5.2.
Gezien de beperkte omvang van de akte die MSC na de conclusie van antwoord van Exoburg heeft ingediend wordt daarvoor geen gemachtigdensalaris toegekend.
5.3.
Evenmin zal € 0,62 voor verschotten wegens informatie uit de BRP, welk bedrag onderdeel is van de kosten van dagvaarding, worden toegewezen. Exoburg is immers een rechtspersoon en komt daarom in de BRP niet voor.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
veroordeelt Exoburg om aan MSC te betalen een bedrag van € 1.766,40, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 1.536,00, met ingang van 21 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
6.2.
veroordeelt Exoburg in de proceskosten van € 691,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening indien Exoburg niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en is in het openbaar uitgesproken op 23 april 2025.

Voetnoten

1.Artikelen 6:253 en 6:254 BW.
2.Artikel 8:1125 lid 3 BW Pro.
3.Artikel 8:441 lid 1 BW Pro.
4.Artikel 6:96 lid Pro 2, aanhef en onder b BW in verbinding met artikel 2 lid 1 van Pro het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
5.Artikelen 6:81 en 6:82 lid 1 BW.