Eiseres heeft bij het UWV een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van een WIA-uitkering van een voormalige werknemer. Het UWV ontving de aanvraag op 16 september 2024 en had uiterlijk 11 november 2024 moeten beslissen. Omdat het UWV niet binnen deze termijn heeft beslist, stelde eiseres het UWV op 18 november 2024 in gebreke.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien de achterstanden door een tekort aan verzekeringsartsen acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 25 april 2025.