Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
- bepaalt dat de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2014, zijn hoofdverblijf heeft bij de man;
- bepaalt dat de vrouw en voornoemde [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken minimaal gerechtigd zijn tot het hebben van begeleid contact met elkaar eenmaal per twee weken voor de duur van 75 minuten, waarbij de regie wat betreft de uitbreiding van deze regeling in handen ligt van de GI.
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.