Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
[opdrachtnemer] ,
verweerder in het incident,
1.de vennootschap onder firma [de opdrachtgever] ,
[vennoot 1] ,
[vennoot 2] ,
eisende partijen in het incident,
1.De procedure
- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid met producties 1 en 2
- de incidentele conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3.
2.De feiten in het incident
Alle geschillen omtrent interpretatie, uitvoering én beëindiging van de overeenkomst zullen, met uitsluiting van de burgerlijke rechter en van Hoger Beroep, ter berechting worden voorgelegd aan de Raad van Arbitrage voor de Schoonmaak- en Bedrijfsdienstenbranche. Een geschil is aanwezig wanneer één van partijen verklaart dat zulks het geval is.
2.5. In de hoofdzaak vordert [opdrachtnemer] veroordeling van [de opdrachtgever] tot betaling van een bedrag van € 8.290,30, vermeerderd met rente en kosten.
3.Het geschil in het incident
4.De beoordeling in het incident
- nakosten
€ 41,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 123,00