ECLI:NL:RBZWB:2025:2678
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onderzoeks- en motiveringsgebrek bij Wajong-uitkeringsaanvraag wegens arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, welke telkens door het UWV zijn afgewezen met het standpunt dat eiser arbeidsvermogen bezit. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen het laatste besluit van 19 september 2024, waarbij het UWV het bezwaar ongegrond verklaarde.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) concludeerde dat eiser ondanks fysieke en psychische klachten nog arbeidsvermogen heeft, maar eiser stelt dat zijn medische situatie is verslechterd, met name door progressieve spierdystrofie en ernstige psychische klachten. Eiser overlegt medische stukken waaruit blijkt dat zijn psychische klachten ernstig zijn en zijn functioneren belemmeren. De verzekeringsarts b&b heeft deze informatie wel genoemd, maar niet inhoudelijk beoordeeld.
De rechtbank constateert een onderzoeks- en motiveringsgebrek in het besluit van het UWV omdat de verzekeringsarts b&b niet adequaat heeft gereageerd op nieuwe medische informatie. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en geeft het UWV zes weken de gelegenheid om het gebrek te herstellen door een nieuwe beoordeling van de psychische klachten en de duurzaamheid van het verlies aan arbeidsvermogen. De verdere procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd vanwege onderzoeks- en motiveringsgebrek.