De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 6 mei 2025 een rekestprocedure over adoptie, gezag en omgang. De stiefmoeder en vader verzochten tot adoptie van drie kinderen en gezamenlijk gezag over de minderjarigen. De moeder sprak dit tegen en verzocht tevens een omgangsregeling met de kinderen vast te stellen.
De rechtbank stelde vast dat de wettelijke voorwaarden voor adoptie grotendeels waren vervuld, maar dat de moeder het verzoek tegensprak. De stiefmoeder en vader betoogden dat de moeder de verzorging en opvoeding van de kinderen op grove wijze had verwaarloosd, maar de rechtbank kon dit niet voldoende vaststellen. Daarom kon niet voorbij worden gegaan aan de tegenspraak van de moeder en werd het adoptieverzoek afgewezen.
Het verzoek tot gezamenlijk gezag werd toegewezen, ondanks dat de vader niet drie jaar alleen met het gezag belast was, omdat feitelijk al jaren sprake was van gezamenlijke zorg en een hechte band tussen stiefmoeder en kinderen. Het verzoek tot omgang tussen moeder en minderjarigen werd afgewezen omdat de kinderen ernstige bezwaren hadden en omgang een ernstig nadeel voor hun ontwikkeling zou opleveren.
De rechtbank benadrukte het belang van de kinderen en de stabiele gezinssituatie bij vader en stiefmoeder. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.