ECLI:NL:RBZWB:2025:2775
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over intrekking WIA-uitkering wegens onvoldoende motivering beperkingen
Het UWV had een WGA-loonaanvullingsuitkering toegekend aan eiser, maar trok deze later in met ingang van 17 januari 2024. Eiser stelde beroep in tegen deze intrekking. De rechtbank behandelde het beroep en stelde in een tussenuitspraak dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom beperkingen die eerder waren vastgesteld niet meer terugkwamen in een latere functionele mogelijkhedenlijst (FML).
Het UWV diende daarop aanvullende rapporten van een verzekeringsarts bezwaar & beroep in, maar de rechtbank oordeelde dat deze rapporten onvoldoende inzicht boden in het schrappen van beperkingen op meerdere relevante items, behalve op het onderdeel tillen. Eiser voerde aan dat de schouderklachten wel degelijk beperkingen veroorzaakten en onderbouwde dit met een huisartsenjournaal.
De verzekeringsarts b&b reageerde hierop met een aanvullend rapport, maar de rechtbank vond dat dit geen aanleiding gaf om de eerdere beperkingen op andere items te schrappen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV tot intrekking van de WIA-uitkering wordt vernietigd.