Uitspraak
[eiser],
[bedrijf van gedaagde],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser exploiteert een parkeerterrein en had met gedaagde afgesproken dat deze de wegbelijning zou aanbrengen. Eiser betaalde een voorschot van € 3.616,99. De werkzaamheden zouden uiterlijk op 26 juni 2024 worden uitgevoerd, maar gedaagde kwam deze fatale termijn niet na. Eiser ontbond daarop de overeenkomst en vorderde terugbetaling van het voorschot, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten.
Gedaagde betwistte de vordering en stelde dat hij alsnog de gelegenheid moest krijgen om het werk uit te voeren. De kantonrechter oordeelde echter dat door het verstrijken van de fatale termijn zonder nakoming en zonder ingebrekestelling, verzuim was ingetreden en eiseres bevoegd was de overeenkomst te ontbinden. Het verweer van gedaagde dat het weer het werk onmogelijk maakte, werd verworpen omdat geen specifieke dagen waren voorgesteld.
De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot terugbetaling van het voorschot, toewijzing van wettelijke rente vanaf het moment van verzuim, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 486,70 met rente, en betaling van de proceskosten. De gevorderde wettelijke handelsrente werd niet toegewezen omdat het ging om een verbintenis tot ongedaanmaking na ontbinding.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van het voorschot en betaling van incassokosten en proceskosten.