Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [naam] , verpleegkundig specialist.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 3 april 2025 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, die zonder vaste woon- of verblijfplaats is en opgenomen was na een crisis. Betrokkene vertoonde gedrag dat aanleiding gaf tot opname, waaronder het trappen tegen auto's en bedreiging van een automobilist.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals een verpleegkundig specialist. Uit de medische toelichting bleek dat betrokkene geen psychotisch toestandsbeeld meer vertoonde en dat het gedrag niet langer een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel opleverde zoals vereist volgens artikel 7:7 Wvggz Pro.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene wel een zorg- en hulpvraag heeft, maar dat de GGZ-instelling niet de juiste plek is voor verdere behandeling. Andere gespecialiseerde instanties onder regie van verslavingszorg zullen de benodigde hulpverlening bieden. Gezien het ontbreken van de wettelijke vereisten voor voortzetting, wees de rechtbank het verzoek af.
De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2025 door rechter Meyboom en schriftelijk vastgelegd op 17 april 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van een psychotisch toestandsbeeld en onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.