Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [naam 1] , huisarts;
- de heer [naam 2] , zoon van betrokkene;
- mevrouw [naam 3] , casemanager dementie.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1945, vanwege een uitgebreide neurocognitieve stoornis passend bij Alzheimer dementie.
Tijdens de zitting met gesloten deuren werden verklaringen gehoord van de casemanager dementie, huisarts, praktijkondersteuner ouderenzorg, familieleden en betrokkene zelf. Betrokkene ontkende de diagnose en gaf aan zelfstandig haar taken te verrichten, terwijl de casemanager en huisarts stelden dat zij gedesoriënteerd is, momenten van achterdocht en boosheid vertoont en volledig afhankelijk is van zorg van haar echtgenoot en zoon. De echtgenoot is overbelast en kampt zelf met gezondheidsproblemen.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening met ernstig risico op lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Opname en verblijf zijn noodzakelijk en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt voor zes maanden verleend, ondanks het verzet van betrokkene.
De beschikking is mondeling gegeven op 8 april 2025 en schriftelijk vastgelegd op 16 april 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens Alzheimer dementie en ernstig nadeel.