Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder van betrokkene;
- de heer [naam 1] , arts in opleiding tot psychiater.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene, geboren in 2007, verblijft onder een crisismaatregel in een GGZ-accommodatie na risicovol gedrag waaronder medicatie- en alcoholgebruik en gevaarlijke acties. De burgemeester van Tilburg nam de crisismaatregel op 4 april 2025. De officier van justitie verzocht om voortzetting van deze maatregel voor drie weken.
Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn moeder, een verpleegkundige en een arts in opleiding gehoord. Betrokkene erkent verbetering maar wil niet langer klinisch opgenomen blijven, wenst structuur en hervatting van school. De arts vermoedt meerdere psychische stoornissen en acht nader diagnostisch onderzoek noodzakelijk. De verpleegkundige en moeder steunen dit standpunt.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door levensgevaar, lichamelijk letsel en psychische schade veroorzaakt door een psychische stoornis. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en betrokkene is onvoldoende gemotiveerd voor vrijwillige zorg. De gevraagde zorgvormen worden als evenredig en noodzakelijk beoordeeld.
De rechtbank verleent daarom de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 29 april 2025, met toepassing van medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, opname en contact met het ambulante zorgteam. Het verzoek tot andere zorgvormen wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken tot en met 29 april 2025.