Eiser heeft beroep ingesteld tegen een aan hem verleende horecaexploitatievergunning met een voorschrift dat het terras uiterlijk om 23.00 uur moet sluiten. De burgemeester had het primaire besluit ingetrokken en een gewijzigde vergunning verleend met dit voorschrift, gebaseerd op een rapport van een adviesbureau.
De rechtbank constateert dat de burgemeester formeel onjuist twee besluiten op dezelfde aanvraag heeft genomen, maar passeert dit gebrek omdat partijen niet in hun belangen zijn geschaad. Eiser betoogt dat de burgemeester onredelijk gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om de sluitingstijd te beperken, onder meer vanwege het rechtszekerheids-, gelijkheids- en vertrouwensbeginsel, en het ontbreken van een deugdelijke belangenafweging en motivering.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op rechtszekerheid en gelijkheidsbeginsel niet slaagt, en dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat het primaire besluit geen onherroepelijk besluit was. De belangenafweging is niet onevenredig, aangezien alleen het terras eerder moet sluiten en rekening is gehouden met omwonenden.
Wel is de motivering van het bestreden besluit onvoldoende, omdat het rapport van het adviesbureau niet duidelijk het tijdstip van 23.00 uur onderbouwde. Tijdens de zitting heeft de burgemeester dit echter adequaat toegelicht, waarbij aansluiting is gezocht bij het Activiteitenbesluit en de bescherming van het woon- en leefklimaat. Daarom wordt het besluit vernietigd maar blijven de rechtsgevolgen, waaronder het sluitingstijdvoorschrift, in stand.
De rechtbank veroordeelt de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.