Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
Bij deze de bevestiging dat we naast je arbeidsovereenkomst die 01-06-2023 in zal gaan, ook afspraken gaan vastleggen rondom de provisie.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft de vraag of de voormalig werknemer recht heeft op provisie over gerealiseerde omzet van nieuw geworven opdrachtgevers bestuurlijke invordering. Partijen sloten een arbeidsovereenkomst per 31 mei 2023 en de werkgever stuurde een brief waarin een provisieregeling van 3% werd bevestigd.
De werknemer vorderde betaling van € 4.492,05 bruto aan provisie, wettelijke verhoging, incassokosten en proceskosten. De werkgever betwistte het bestaan van een provisieovereenkomst. De kantonrechter oordeelde dat de brief van 31 mei 2023, samen met de gedragingen en verwachtingen van partijen, leidde tot een provisieregeling. De werknemer hoefde niet te begrijpen dat aanvullende eisen golden.
De gevorderde provisie werd toegewezen, de wettelijke verhoging gematigd tot nihil vanwege beëindiging arbeidsovereenkomst, en incassokosten deels toegewezen conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke kosten. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de provisie, incassokosten, proceskosten en het verstrekken van een specificatie binnen veertien dagen, onder dwangsom. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werknemer krijgt recht op provisie van € 4.492,05 bruto, incassokosten, proceskosten en een specificatie.