Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een beslissing van het UWV over de toekenning van een WIA-uitkering per 6 mei 2024. Het bezwaar werd ingediend op 15 augustus 2024, maar het UWV heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist. Eiser stelde het UWV op 31 januari 2025 in gebreke en startte vervolgens een beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Hoewel het UWV een tekort aan verzekeringsartsen als reden aanvoert, acht de rechtbank het belang van een zorgvuldige heroverweging en een redelijke termijn belangrijker. Daarom krijgt het UWV vier maanden de tijd om alsnog te beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 mei 2025.