Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WIA-uitkering door het UWV en stelde dat het UWV niet tijdig op haar bezwaar had beslist. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Eiseres had het UWV op 5 december 2024 in gebreke gesteld, waarna de termijn van twee weken is verstreken zonder dat het UWV een nieuw besluit nam.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding werd veroorzaakt door een tekort aan verzekeringsartsen en verzocht om een termijn van vier maanden voor het nemen van een beslissing. De rechtbank acht een termijn van één maand redelijk om recht te doen aan de belangen van eiseres en het belang van een zorgvuldige heroverweging.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 mei 2025.