ECLI:NL:RBZWB:2025:2864
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen subsidievaststelling NOW-3 vierde tranche en terugvordering voorschot
Eiseres, een vennootschap onder firma, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin de definitieve vaststelling van de NOW-3 subsidie voor de vierde tranche op nihil werd vastgesteld en het betaalde voorschot werd teruggevorderd. De reden was dat eiseres geen aanvraag voor definitieve vaststelling had ingediend, ondanks meerdere schriftelijke herinneringen en een verlenging van de termijn.
De rechtbank overwoog dat het niet indienen van de aanvraag een puur administratieve fout betrof, waarvoor eiseres zelf verantwoordelijk is. Er was geen sprake van overmacht of bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. De minister hoefde niet alle werkgevers telefonisch te benaderen en had eiseres voldoende gewezen op de gevolgen van het niet indienen.
Omdat geen aanvraag was ingediend, kon de minister de subsidie op nihil vaststellen en het voorschot terugvorderen. Hoewel het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde ten aanzien van de belangenafweging bij terugvordering, werd dit gebrek gepasseerd omdat eiseres niet benadeeld was. Het voorschot was inmiddels volledig terugbetaald.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bepaalde dat de minister het griffierecht aan eiseres moest vergoeden. Eiseres had geen andere proceskosten gemaakt die vergoed konden worden. De uitspraak werd mondeling gedaan op 12 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de subsidievaststelling op nihil en terugvordering van het voorschot wordt ongegrond verklaard.