ECLI:NL:RBZWB:2025:2905
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB 2023
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1976 met een woonoppervlakte van 131 m2 en een perceel van 666 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vast op €296.000 en legde de OZB-aanslag 2023 op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met de gedateerdheid van keuken en badkamer, de matige onderhoudstoestand en het ondergemiddelde duurzaamheidsniveau van de woning.
De rechtbank beoordeelde de waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode en concludeerde dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren. De heffingsambtenaar had een taxatierapport overgelegd met een getaxeerde waarde van €317.000, waarbij een neerwaartse correctie van 10% was toegepast vanwege de matige staat van de voorzieningen. Belanghebbende overlegd geen aanvullende bewijsstukken ter onderbouwing van zijn standpunten.
Ook het standpunt dat de nabijheid van een school een waardedrukkend effect zou hebben, werd door de rechtbank verworpen wegens onvoldoende aannemelijkheid. Een geconstateerde rekenfout in de waardematrix leidde niet tot een verlaging van de WOZ-waarde omdat de gecorrigeerde waarde nog steeds boven de vastgestelde waarde lag.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en de aanslag OZB 2023 wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €296.000 blijft gehandhaafd.