ECLI:NL:RBZWB:2025:2906
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning niet te hoog vastgesteld
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning uit 2000, met een woonoppervlakte van 171 m2 en een perceel van 552 m2, gelegen te Terneuzen. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €412.000 per 1 januari 2022 en de aanslag onroerendezaakbelasting voor 2023 opgelegd.
De rechtbank toetste of de waarde te hoog was vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de nabijheid en rond de waardepeildatum werden gebruikt. Belanghebbende voerde aan dat de zolder met vlizotrap minder bruikbaar was, dat de kwaliteit en uitstraling van een referentiewoning te hoog waren gewaardeerd, en dat de woning gedateerde voorzieningen en scheurvorming vertoonde.
De rechtbank oordeelde dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de bezwaren van belanghebbende onvoldoende waren onderbouwd. De zolderoppervlakte was niet gespecificeerd en de waardering van de woning op een 2 (matig) was niet aannemelijk gemaakt. Ook de kwaliteit van de referentiewoning was niet overtuigend onderbouwd. Foto’s en aanvullende gegevens ontbraken om de staat van onderhoud en duurzaamheid te beoordelen.
Een geconstateerde rekenfout in de waardematrix leidde niet tot verlaging van de WOZ-waarde omdat de gecorrigeerde waarde nog steeds boven de vastgestelde waarde lag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde en de aanslag OZB, en wees vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €412.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.