De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 7 mei 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1999. Betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, met een voorgeschiedenis van klinische opname in december 2024 na het stoppen met medicatie en het vertonen van een katatoon toestandsbeeld.
Hoewel betrokkene zelf aangeeft geen zorg nodig te hebben en zich redelijk gemotiveerd toont om medicatie te gebruiken, is er volgens de regiebehandelaar en zijn moeder een aanmerkelijke kans op terugval bij het ontbreken van een verplicht kader. De rechtbank concludeert dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, zoals lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang, en dat verplichte zorg noodzakelijk is.
De toegewezen zorg omvat het toedienen van vocht en voeding, medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen, beperkingen in vrijheid, bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en effectief. De zorgmachtiging wordt verleend voor twaalf maanden, tot 7 mei 2026.