ECLI:NL:RBZWB:2025:2963
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, vertegenwoordigd door een bewindvoerder, heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om hem een WIA-uitkering toe te kennen per 28 april 2022. Het UWV stelde dat eiser slechts 7,77% arbeidsongeschikt is, wat onder de grens van 35% ligt voor recht op WIA-uitkering.
De rechtbank heeft het medisch dossier en de rapporten van verzekeringsartsen bestudeerd. Hoewel eiser psychische klachten, PTSS en een licht verstandelijke beperking heeft, concludeerden de verzekeringsartsen dat hij benutbare mogelijkheden heeft om te werken, mede gezien zijn zelfzorg, vrijwilligerswerk en behaalde certificaten. De beperkingen zijn duurzaam maar niet volledig belemmerend.
De arbeidsdeskundige heeft geschikte functies geselecteerd die rekening houden met de beperkingen van eiser. De rechtbank acht deze functies passend en de berekende mate van arbeidsongeschiktheid van 7,77% juist vastgesteld. De wens van eiser om voor zijn minderjarige zoon te zorgen speelt geen rol bij de beoordeling.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en wijst proceskostenvergoeding en griffierecht af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.