ECLI:NL:RBZWB:2025:2980

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 april 2025
Publicatiedatum
16 mei 2025
Zaaknummer
10834441 CV EXPL 23-4191 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • Tilman-Knoester
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:193a BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 3 WarmtewetArt. 6 AVG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging ontbinding warmteleveringsovereenkomst en afwijzing vernietiging en gegevenswissing

In deze civiele verzetzaak staat de levering van warmte door Ennatuurlijk aan [huurders] centraal. [Huurders] betwist dat er een overeenkomst tot stand is gekomen en vordert primair vernietiging van de overeenkomst, subsidiair ontbinding en verwijdering van persoonsgegevens. Ennatuurlijk voert verweer en vordert bekrachtiging van het verstekvonnis waarin de overeenkomst is ontbonden en betaling van verbruikskosten.

De rechtbank oordeelt dat door het feitelijk afnemen van warmte en het ontvangen van een welkomstpakket een overeenkomst tot stand is gekomen, conform vaste jurisprudentie (HR 17 december 2021). De stelling dat de overeenkomst vernietigbaar is wegens niet-naleving van (pre)contractuele informatieplichten wordt slechts voor 50% toegewezen, aansluitend bij het verstekvonnis en het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 16 april 2024.

De vordering tot ontbinding wordt bekrachtigd zoals reeds in het verstekvonnis bepaald. De gevorderde verwijdering van persoonsgegevens en terugdraaien van gegevensdeling wordt afgewezen, omdat de verwerking rechtmatig is voor de uitvoering van de overeenkomst en de Warmteregeling de gegevensdeling voorschrijft. [Huurders] wordt veroordeeld tot betaling van verbruikskosten, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het verstekvonnis wordt bekrachtigd voor ontbinding en betaling, vernietiging en gegevenswissing worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 10834441 CV EXPL 23-4191
vonnis d.d. 16 april 2025
inzake

1.[huurder 1] ,

2. [huurder 2] ,
beiden wonende te [adres] ,
opposanten in conventie, tevens eisers in reconventie,
procederend in persoon,
tegen
de besloten vennootschap Ennatuurlijk B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
geopposeerde in conventie, tevens verweerster in reconventie,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders te Bergen op Zoom.
Partijen worden hierna aangeduid als “ [huurders] ” (mannelijk enkelvoud) en “Ennatuurlijk”.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het verstekvonnis van de kantonrechter te Breda met zaak/rolnummer 10551133 CV EXPL 23-1910 van 28 juni 2023 met de daarin genoemde stukken;
b. de verzetdagvaarding van 27 november 2023, tevens houdende een eis in reconventie, met producties;
c. de conclusie van antwoord in oppositie, tevens houdende een conclusie van antwoord in reconventie en een akte wijziging van eis in conventie, van 10 januari 2024 met producties;
d. de conclusie van repliek in oppositie, tevens houdende een conclusie van repliek in reconventie en een akte wijziging van eis in reconventie, van 7 februari 2024 met producties;
e. de conclusie van dupliek in reconventie, tevens houdende een antwoordakte eiswijziging in reconventie, van 6 maart 2024 met producties.

2.De zaak in het kort

[huurders] komt in verzet van het tussen partijen gewezen verstekvonnis. Hij stelt zich primair op het standpunt dat er geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. De kantonrechter gaat hierin niet mee en verwijst daarbij naar Hoge Raad 17 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1889). [huurder 1] is (warm) water gaan afnemen, terwijl hij had moeten begrijpen dat dit niet gratis is. Vervolgens heeft hij de afname voortgezet, nadat hem bekend was geworden dat hij een overeenkomst diende te sluiten met Ennatuurlijk voor warmtelevering. Door het handelen van [huurder 1] is er een overeenkomst tot stand gekomen. Subsidiair vraagt [huurder 1] de overeenkomst te vernietigen. Voor (verdergaande) vernietiging dan 50% van de betalingsverplichting (conform de vordering van Ennatuurlijk) ziet de kantonrechter geen aanleiding, nu geen sprake is van ongepaste beïnvloeding en er geen sanctie kan worden opgelegd in het kader van de (pre)contractuele informatieplichten (volgens gerechtshof ’s-Hertogenbosch 16 april 2024, ECLI:GHSHE:2024:1329). Meer subsidiair vraagt [huurder 1] de overeenkomst te ontbinden. Dit was al door Ennatuurlijk gevorderd in de verstekzaak, zodat de kantonrechter bij de eerder uitgesproken ontbinding (en bijbehorende nevenvorderingen) aansluiting zoekt. Enkel wordt een hoger door [huurder 1] te betalen bedrag toegewezen, omdat de overeenkomst inmiddels volledig is afgerekend. [huurder 1] heeft tot slot nog gevorderd dat Ennatuurlijk zijn persoonsgegevens verwijderd en het verstrekken van die gegevens aan eend derde terugdraait. De kantonrechter is van oordeel dat geen sprake is van een onrechtmatige verwerking en verzending van de persoonsgegevens.

3.De feiten

3.1
Alwel is eigenaar/verhuurder van de woning, staande en gelegen te [adres] (verder: het leverantieadres). Het leverantieadres is aangesloten op het warmtenet van Ennatuurlijk.
3.2
[huurders] huurt sinds 18 augustus 2021 het leverantieadres van Alwel. Op 18 augustus 2021 heeft Alwel [huurders] bij Ennatuurlijk aangemeld als de nieuwe bewoners van het leverantieadres. Op 7 september 2021 heeft Ennatuurlijk haar welkomstpakket aan [huurders] gestuurd.
3.3
Vanaf september 2021 is Ennatuurlijk voorschotbedragen bij [huurders] in rekening gaan brengen. [huurders] hebben de voorschotbedragen onbetaald gelaten.
3.4
Bij op 2 juni 2023 uitgebrachte dagvaarding heeft Ennatuurlijk (als eiseres in de verstekzaak) bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gevorderd:
- te verklaren voor recht dat Ennatuurlijk gerechtigd is de aansluiting(en) aan het verbruiksadres, staande en gelegen te [adres] , te onderbreken en onderbroken te houden;
- [huurders] (als gedaagden in de verstekzaak) te veroordelen om de afsluiting te gedogen;
- [huurders] te veroordelen tot ontruiming van het verbruiksadres, voor zover dit nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden;
- [huurders] te veroordelen de meter(s) af te geven;
- de overeenkomst tussen partijen te ontbinden;
- [huurders] te veroordelen tot betaling van € 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 2.559,39 vanaf 2 juni 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
- [huurders] te veroordelen tot betaling van € 180,65 per maand als voorschot vanaf 1 juli 2023 tot de dag van afsluiting, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [huurders] te veroordelen in de proceskosten.
3.5
Bij verstekvonnis van 28 juni 2023 heeft de kantonrechter de vordering van Ennatuurlijk toegewezen, waarbij de hoofdsom met 50% is verminderd naar aanleiding van de ambtshalve vernietiging van de overeenkomst door het niet nakomen van de geldende precontractuele informatieverplichtingen door Ennatuurlijk.
3.6
Op 7 november 2023 heeft Ennatuurlijk met tussenkomst van haar gemachtigde de meterstanden op het leverantieadres opgenomen en de warmtelevering onderbroken.

4.Het geschil

In oppositie:
In conventie:
4.1
Ennatuurlijk heeft in de verstekdagvaarding gesteld dat [huurders] vanaf dat hij op het leverantieadres woont warmte van Ennatuurlijk is gaan afnemen. Alwel heeft Ennatuurlijk op enig moment gemeld dat [huurders] de nieuwe bewoner van het leverantieadres is. Na aanmelding van [huurders] door Alwel, heeft Ennatuurlijk de overeenkomst aan [huurders] bevestigd en een welkomstpakket aan [huurders] verzonden. [huurders] is vervolgens warmte blijven afnemen, zodat er uit moet worden gegaan van een overeenkomst tussen partijen en is er geen sprake van ongevraagde levering.
4.2
[huurders] stellen dat er geen overeenkomst tussen partijen is gesloten. Er is door Ennatuurlijk geen aanbod gedaan en [huurders] heeft ook nimmer een aanbod aanvaard. Richting Ennatuurlijk heeft Alwel bovendien enkel medegedeeld dat geen sprake meer was van leegstand van het leverantieadres, meer niet. Alwel heeft ook niet aan [huurders] gemeld of in de huurovereenkomst opgenomen dat sprake was van warmtelevering door Ennatuurlijk. [huurders] zijn er dan ook vanuit gegaan, mede op basis van een mededeling van de opzichter van Alwel, dat de warmtelevering onderdeel was van de huurovereenkomst. Voor zover een overeenkomst tot stand is gekomen tussen Ennatuurlijk en [huurders] heeft Ennatuurlijk niet voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. Ook is er niets afgesproken tussen partijen over het voorschotbedrag. De hoogte daarvan is, zonder nadere onderbouwing, door Ennatuurlijk zelf bepaald, terwijl [huurders] maar beperkt gebruik heeft gemaakt van de warmtelevering. Tot slot leidt het handelen van Ennatuurlijk met betrekking tot de totstandkoming van de overeenkomst tot ongepaste beïnvloeding, zoals bedoeld in artikel 6:193a van het Burgerlijk Wetboek (BW). [huurders] komt dan ook in verzet van voornoemd verstekvonnis. Hij vordert van de bij het verstekvonnis tegen hem uitgesproken veroordeling te worden ontheven en de vordering van Ennatuurlijk alsnog af te wijzen, met veroordeling van Ennatuurlijk in de kosten van het verzet.
4.3
Ennatuurlijk voert in deze procedure verweer en concludeert tot bekrachtiging van voormeld verstekvonnis, met veroordeling van [huurders] in de kosten van het verzet. Zij vermindert haar vordering tot een hoofdsom van € 1.922,26 (de in het verstekvonnis toegewezen hoofdsom van € 1.279,70 en de daarna verschuldigd geworden en nog niet voldane voorschotten tot 7 november 2023 berekend op € 642,56) en een vergoeding van de buitengerechtelijke kosten van € 156,15. Zij ziet af van de vordering tot afgifte van de meters. Zij persisteert in de gevorderde verklaring van recht, het bevel tot gedogen, de ontruiming van het leverantieadres, de ontbinding van de overeenkomst tussen partijen en de proceskosten. Op het verweer van [huurders] voert Ennatuurlijk aan dat zij geen misbruik heeft gemaakt van haar machtspositie. [huurders] hadden in een vroeg stadium aan kunnen geven dat zij geen gebruik wilden maken van de warmtelevering door Ennatuurlijk. Zij hebben er echter voor gekozen om van de diensten van Ennatuurlijk gebruik te blijven maken. Ennatuurlijk heeft voor dat verbruik de gebruikelijke en onder overheidstoezicht staande kostendekkende, transparante en niet-discriminerende tarieven gehanteerd. De voorschotbedragen zeggen niets over de uiteindelijke kosten. Die worden immers verrekend bij de eindafrekening. Ennatuurlijk heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens [huurders] . Het had op hun weg gelegen informatie te vragen bij Alwel over de warmtelevering. Dat sprake was van warmtelevering staat op het formulier woningoplevering. Ennatuurlijk is niet bekend met de mededeling van de opzichter van Alwel.
In reconventie:
4.4
[huurders] vordert, na vermindering van eis, om, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
- primair voor recht te verklaren dat er geen sprake is van een rechtmatige overeenkomst, zodat [huurders] geen bedragen verschuldigd zijn aan Ennatuurlijk, subsidiair de overeenkomst tussen partijen te vernietigen en te bepalen dat [huurders] geen bedragen aan Ennatuurlijk verschuldigd zijn en meer subsidiair de overeenkomst tussen partijen te ontbinden;
- Ennatuurlijk te veroordelen tot het wissen van de persoonsgegevens van [huurders] en de gegevensdeling met derden terug te draaien;
- Ennatuurlijk te veroordelen in de proceskosten.
4.5
Aanvullend op zijn stellingen in conventie voert [huurders] in reconventie aan dat Alwel zijn gegevens niet had mogen verstrekken aan Ennatuurlijk. Ennatuurlijk heeft vervolgens zijn gegevens verstrekt aan de Gemeentelijke Kredietbank zonder dat daar een grondslag voor was. Op het verweer van Ennatuurlijk [huurders] aan dat de vorderingen niet rauwelijks zijn ingesteld, omdat deze strekken tot de volledige afwikkeling van het geschil tussen partijen.
4.6
Ennatuurlijk voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. Ennatuurlijk voert aan dat zolang er nog niet afgehandelde zaken tussen partijen zijn, zij niet verplicht is de gegevens van [huurders] te wissen. Het terugdraaien van het delen van de gegevens van [huurders] met derden is evenmin verplicht, omdat er een grondslag was de gegevens te delen. De aanmelding voor schuldhulpverlening is gegaan conform het bepaalde in de Warmteregeling. Dit is ook aan [huurders] bericht. De vorderingen van [huurders] zijn dan ook rauwelijks ingesteld.

5.De beoordeling

In oppositie - in conventie en reconventie:
Tijdigheid verzet:
5.1
Niet gebleken is dat [huurders] te laat in verzet is gekomen, zodat de kantonrechter hem ontvankelijk acht in het verzet.
Totstandkoming van de overeenkomst:
5.2
Het meest verstrekkende verweer van [huurders] is dat er geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Tussen partijen staat echter vast dat [huurders] in het leverantieadres is getrokken, hem daar warmte is geleverd en hij warm water is gaan verbruiken. Dit verbruik is ook voortgezet, nadat hij het welkomstpakket van Ennatuurlijk had ontvangen.
5.3
Naar het oordeel van de kantonrechter is er, gelet op die omstandigheden en op grond van vaste jurisprudentie, een overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen (zie bijvoorbeeld Hoge Raad 17 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1889, r.o. 3.2.2 en 3.2.3). In de onderhavige zaak is van belang dat algemeen bekend is dat de levering en het gebruik van warmte en (warm) water niet gratis is. Gebruikelijk is dat daarvoor een afzonderlijke overeenkomst met een leverancier (een derde) wordt afgesloten. [huurders] heeft niet onderbouwd dat hem door een medewerker van Alwel is medegedeeld dat dit in de huurprijs opgenomen was. Daarbij had hij daar ook niet op kunnen vertrouwen, nu uit de tussen Alwel en [huurders] gesloten huurovereenkomst niet volgt dat dit het geval zou zijn. [huurders] wist bovendien met zekerheid dat hij een aparte overeenkomst voor warmtelevering moesten afsluiten op het moment dat hij het welkomstpakket van Ennatuurlijk ontving. Hij heeft toen geen actie ondernomen (bezwaar gemaakt richting Ennatuurlijk), terwijl hij het (beperkte) verbruik toch heeft voortgezet. Uit die omstandigheden volgt dat er een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen onder de voorwaarden zoals opgenomen in het welkomstpakket.
5.4
De gevorderde verklaring voor recht in reconventie is, gelet op het voorgaande, niet toewijsbaar.
Vernietiging van de overeenkomst:
5.5
Subsidiair stelt [huurders] zich op het standpunt dat de overeenkomst tussen partijen vernietigbaar is en verwijst daarbij naar de geldende (pre)contractuele informatieplichten en doet een beroep op ongepaste beïnvloeding, zoals bedoeld in artikel 6:193a lid 1 onder h BW.
5.6
Met betrekking tot de (pre)contractuele informatieplichten is de kantonrechter van oordeel, zoals ook is overwogen in het verstekvonnis en volgt uit artikel 3 van Pro de Warmtewet, dat Ennatuurlijk aan de haar (pre)contractuele informatieplichten had moeten voldoen. Ennatuurlijk heeft in de verstekdagvaarding en in haar processtukken in deze procedure onvoldoende onderbouwd dat zij aan die plichten heeft voldaan.
5.7
Inmiddels is door het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat in een situatie als de onderhavige, te weten als Ennatuurlijk pas op de hoogte raakt van de nieuwe huurders nadat het verbruik door die huurder al is aangevangen, geen sanctie dient te worden opgelegd (zie r.o. 3.15.3 van het arrest van 16 april 2024, ECLI:GHSHE:2024:1329). Dit, omdat het nalaten om aan de (pre)contractuele informatieplichten te voldoen niet aan Ennatuurlijk is aan te rekenen op grond van de omstandigheden van het geval. Ennatuurlijk is bij haar eiswijziging zelf wel uitgegaan van een aftrek van 50% voor de tot 10 februari 2023 berekende hoofdsom. Omdat de kantonrechter niet meer kan toewijzen dan wat wordt gevorderd zal de kantonrechter in beginsel aansluiting zoeken bij de door Ennatuurlijk gevorderde hoofdsom.
5.8
[huurders] doet vervolgens een beroep op ongepaste beïnvloeding. Volgens artikel 6:193a lid 1 onder h. BW wordt ongepaste beïnvloeding als volgt gedefinieerd:
“uitbuiten van een machtspositie ten aanzien van de consument om, zelfs zonder gebruik van of dreiging met fysiek geweld, pressie uit te oefenen op een wijze die het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen, aanzienlijk beperkt”.
5.9
Van ongepaste beïnvloeding is, naar het oordeel van de kantonrechter, geen sprake. Het is juist dat Ennatuurlijk een monopolypositie heeft als warmteleverancier aan het leverantieadres, maar dat betekent niet dat zij haar machtspositie ten opzichte van [huurders] heeft misbruikt. Hiervan is niet gebleken, nu Ennatuurlijk onweersproken heeft gesteld dat er geen contact is geweest tussen haar en [huurders] voorafgaande aan de totstandkoming van de overeenkomst of na ontvangst van het welkomstpakket. [huurders] is (warm) water blijven afnemen zonder bezwaar te maken richting Ennatuurlijk. Er is dus geen pressie uitgeoefend over het afnemen van (warm) water door Ennatuurlijk richting [huurders]
5.1
De subsidiair in reconventie gevorderde volledige vernietiging van de overeenkomst wordt dus afgewezen.
Ontbinding van de overeenkomst:
5.11
Meer subsidiair vraagt [huurders] de overeenkomst tussen partijen te ontbinden. Uit de overwegingen hiervoor vloeit voort dat Ennatuurlijk niet tekort is gekomen richting [huurders] , zodat hem geen beroep op ontbinding van de overeenkomst toekomt.
5.12
Ennatuurlijk heeft in de verstekzaak ook gevorderd de overeenkomst tussen partijen te ontbinden. Gelet op de tekortkoming van [huurders] in haar betalingsverplichtingen jegens Ennatuurlijk en het feit dat [huurders] geen verweer voert tegen de ontbinding, zal de kantonrechter de in het verstekvonnis toegewezen ontbinding van de overeenkomst in stand laten. Zij zal dus het verstekvonnis bekrachtigen voor wat betreft de ontbinding van de overeenkomst en de daarbij horende nevenvorderingen in conventie (de verklaring voor recht, de gedeeltelijke en tijdelijke ontruiming van het leverantieadres en het gedogen van de werkzaamheden).
5.13
Voorts leidt het voorgaande ertoe dat de gewijzigde hoofdsom in conventie van € 1.922,26 toewijsbaar is. Dit zijn immers de kosten van het werkelijk verbruik van [huurders] , vermeerderd met de bijkomende vaste kosten die eveneens verschuldigd zijn op grond van de inmiddels ontbonden overeenkomst tussen partijen.
5.14
De in conventie gevorderde buitengerechtelijke kosten van € 156,15 zijn eveneens toewijsbaar, nu Ennatuurlijk een brief aan [huurders] heeft verzonden, zoals bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW Pro, en het gevorderde bedrag gelijk is aan het geldende forfaitaire tarief.
5.15
De gevorderde wettelijke rente in conventie is, als gegrond op de wet, eveneens toewijsbaar.
5.16
Dan resteert alleen nog de vordering van [huurders] om zijn persoonsgegevens te wissen en de gegevensdeling door Ennatuurlijk met derden terug te draaien. De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 6 van Pro de Verordening (EU) 2016/679 (AVG) de verwerking van persoonsgegevens onder andere rechtmatig is als de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst, waarbij de betrokkene partij is. Hiervan is in de onderhavige zaak sprake, nu hiervoor is geoordeeld dat er een overeenkomst was tussen partijen en in dit vonnis wordt geoordeeld dat de daaruit voortvloeiende verplichtingen nog niet (volledig) zijn nagekomen door [huurders] De verplichting van Ennatuurlijk tot het doorsturen van de gegevens van [huurders] bij een betalingsachterstand volgt uit de Warmteregeling, zodat Ennatuurlijk ook hiertoe bevoegd (en verplicht) was. Zij kan niet worden veroordeeld dit terug te draaien. De vorderingen van [huurders] worden afgewezen.

6.De proceskosten

In oppositie:
In conventie:
6.1
Nu het verstekvonnis grotendeels wordt bekrachtigd, zal [huurders] worden veroordeeld in de proceskosten in de verstekzaak en in het verzet. De kosten in het verzet worden aan de zijde van Ennatuurlijk begroot op € 204,00 aan gemachtigdensalaris (1 punt à € 204,00) en € 102,00 aan nakosten, te vermeerderen met de kosten die in de beslissing zijn opgenomen.
In reconventie:
6.2
[huurders] is de in het ongelijk gestelde partij, zodat hij in de proceskosten wordt veroordeeld. Gelet op de samenhang tussen de conventie en de reconventie worden deze kosten begroot op € 153,00 aan gemachtigdensalaris (3/4 punt à € 204,00).

7.De beslissing

De kantonrechter:
in oppositie:
In conventie:
bekrachtigt het vonnis van 28 juni 2023 van de kantonrechter te Breda, gewezen onder zaak/rolnummer 10551133 CV EXPL 23-1910 voor wat betreft de beslissingen onder I., II., III. onder a., III. onder b., IV. en V.;
vernietigt het voornoemde vonnis voor het overige en;
veroordeelt [huurders] hoofdelijk – als de één betaalt, is de ander bevrijd – om aan Ennatuurlijk te betalen een bedrag van € 2.078,41 aan verbruikskosten en buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.279,70 vanaf de opeisbaarheid van de in voornoemd bedrag opgenomen bedragen tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt [huurders] tot betaling van de kosten in dit geding, aan de zijde van Ennatuurlijk tot op heden begroot op € 306,00 als salaris voor de gemachtigde van Ennatuurlijk en de nakosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [huurders] niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet hij ook de kosten van betekening betalen;
In reconventie:
wijst de vordering af;
veroordeelt [huurders] in de kosten van dit geding, aan de zijde van Ennatuurlijk tot op heden begroot op € 153,00 als salaris voor de gemachtigde van Ennatuurlijk;
In conventie en reconventie:
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2025.