ECLI:NL:RBZWB:2025:2982

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 mei 2025
Publicatiedatum
16 mei 2025
Zaaknummer
11275361 EL EXPL 24-12 (T)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Rouwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 lid 1 Verordening (EG) nr. 1215/2012Art. 110 lid 1 RvArt. 99 RvArt. 843a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kantonrechter in effectenleasezaak tussen consument en Dexia Nederland

In deze civiele zaak vorderen [persoon 1 & 2], woonachtig in België, onder meer dat Dexia Nederland B.V. onrechtmatig heeft gehandeld en schadevergoeding verschuldigd is. Tevens wordt gevorderd dat negatieve registratie bij het Bureau Kredietregistratie wordt verwijderd en dat Dexia betaalde bedragen terugbetaalt.

Dexia voert verweer en vordert onder meer dat de kantonrechter verklaart dat zij niets meer verschuldigd is en dat [persoon 1 & 2] in de proceskosten worden veroordeeld. De procedure kent een internationaal karakter vanwege de woonplaats van eisers in België.

De kantonrechter beoordeelt ambtshalve zijn bevoegdheid en concludeert dat op grond van de EEX-Verordening en de keuze van partijen de Nederlandse rechter bevoegd is. Wel is volgens artikel 99 Rv Pro in beginsel de kantonrechter te Amsterdam bevoegd, maar partijen hebben via hun gemachtigden aangegeven instemming met behandeling door de rechtbank waar de zaak is aangebracht.

De kantonrechter stelt partijen in de gelegenheid dit te bevestigen en houdt verdere beslissing aan. De zaak wordt verwezen naar een zitting voor het nemen van een akte na tussenvonnis. Het vonnis is gewezen door rechter Rouwen en op 9 april 2025 openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar een zitting voor het nemen van een akte na tussenvonnis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaak/rolnr.: 11275361 EL EXPL 24-12
vonnis d.d. 9 april 2025
inzake

1.[persoon 1] ,

2. [persoon 2],
beiden wonende [woonplaats] (België),
eisers in conventie en in het incident,
verweerders in reconventie en het incident,
gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces,
tegen
de besloten vennootschap Dexia Nederland B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in conventie, verweerster in het incident,
eiseres in reconventie en in het incident,
gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.
Partijen worden hierna aangeduid als “ [persoon 1 & 2] ” en “Dexia”.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 8 augustus 2024;
  • de conclusie van antwoord in het incident, tevens houdende een incidentele vordering ex artikel 843a, een conclusie van antwoord en een eis in reconventie in de hoofdzaak;
  • de conclusie van antwoord in het incident, tevens houdende de conclusie van repliek in conventie en het antwoord in reconventie in de hoofdzaak;
  • de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie in de hoofdzaak;
  • de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties, in de hoofdzaak.

2.Het geschil in conventie en reconventie in de hoofdzaak en in de incidenten

2.1
[persoon 1 & 2] vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
- in het incident:
 Dexia ex artikel 843a Rv zal veroordelen de aanvraagformulieren van de overeenkomsten onder de nummers [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] en de eindafrekening van de overeenkomst onder [nummer 2] aan [persoon 1 & 2] te verstrekken,
- in de hoofdzaak:
 voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [persoon 1 & 2] en/of toerekenbaar is tekort geschoten,
 voor recht zal verklaren dat [persoon 1 & 2] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,
 Dexia te veroordelen om binnen twee weken na betekening van het vonnis te bewerkstelligen dat de registratie van [persoon 1 & 2] bij het Bureau Kredietregistratie te Tiel wordt doorgehaald en dat de aan die registratie gekoppelde achterstandscodering ongedaan wordt gemaakt op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat Dexia daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 20.000,00,
 Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [persoon 1 & 2] van al datgene dat [persoon 1 & 2] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover,
 voor recht zal verklaren dat [persoon 1 & 2] de door Dexia gevorderde restschuld niet verschuldigd is,
 Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [persoon 1 & 2] met rente,
 Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten met rente.
2.2
Dexia voert verweer tegen de vorderingen. Het verweer mondt uit in een tegenvordering, waarbij Dexia vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
- in het incident: [persoon 1 & 2] ex artikel 843a Rv zal veroordelen om aan Dexia een afschrift te verstrekken van het intakeformulier waar de door Leaseproces namens [persoon 1 & 2] in deze procedure ingenomen feitelijke stellingen zijn ontleend;
- in de hoofdzaak:
 voor recht zal verklaren dat Dexia niets meer aan [persoon 1 & 2] verschuldigd is uit hoofde van de overeenkomsten onder de nummers [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] ,
 [persoon 1 & 2] zal veroordelen in de proceskosten.
3. De beoordeling in conventie en in reconventie in de hoofdzaak en in de incidenten
3.1
Nu [persoon 1 & 2] woonachtig zijn in België, draagt de onderhavige procedure een internationaal karakter. Allereerst dient daarom de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en wel op grond van artikel 25 lid 1 van Pro de in deze toepasselijke Verordening (EG) nr. 1215/2012 (de herschikte EEX-Verordening). De Nederlandse rechter is bevoegd, aangezien partijen de Nederlandse rechter bij overeenkomst hebben aangewezen.
3.2
Vervolgens overweegt de kantonrechter dat, nu sprake is van – kort gezegd – een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, dat hij op grond van artikel 110 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ambtshalve dient te beoordelen of hij relatief bevoegd is.
3.3
De kantonrechter is van oordeel dat op grond van artikel 99 Rv Pro niet hij, maar in beginsel de kantonrechter te Amsterdam bevoegd is van het onderhavige geschil kennis te nemen. Gedaagde is immers gevestigd binnen diens rechtsgebied.
3.4
De kantonrechter is er echter ambtshalve mee bekend dat de gemachtigden van partijen aan het landelijk projectteam kenbaar hebben gemaakt in gevallen als de onderhavige ermee in te stemmen dat de zaken worden afgedaan door de rechtbank, waar de zaak is aangebracht. Deze zaak viel ook onder die zaakstroom. Partijen worden dan ook in de gelegenheid gesteld aan te geven of het voorgaande nog steeds tussen hen geldt. Als dat het geval is, zal de kantonrechter vonnis wijzen en de zaak niet verwijzen naar de kantonrechter te Amsterdam.
3.5
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de terechtzitting van
woensdag 23 april 2025 te 09.00 uur, voor het nemen van een akte na tussenvonnis door partijen zoals bedoeld in overweging sub 3.4;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2025.