ECLI:NL:RBZWB:2025:2986
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in belastingzaak ondanks lopende strafzaak en dossierinzage
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om de behandeling van zijn belastingberoepen tegen aanslagen IB/PVV en Zvw 2019 en 2020 op te schorten totdat zijn strafzaak onherroepelijk is beslist en hij volledige inzage heeft gekregen in zijn dossier. De rechtbank oordeelt dat het verzoek niet kan worden toegewezen omdat de beslissing om de zitting niet uit te stellen een zuiver processuele beslissing betreft waartegen geen zelfstandig rechtsmiddel bestaat.
Daarnaast verzocht verzoeker expliciet om te verklaren dat voortzetting van de bestuursrechtelijke procedure zonder herstel van de vermeende tekortkomingen leidt tot schending van artikel 6 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Zevende Protocol. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek af omdat de mondelinge behandeling op zitting een fundamenteel onderdeel is van het recht op een eerlijk proces en het aan de rechter in de bodemprocedure is om over de materiële geschilpunten te oordelen.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan andere verzoeken tegemoet te komen en wijst het gehele verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om opschorting van de behandeling van de belastingberoepen wordt afgewezen.