Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2025 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis, verweerder.
[bedrijf] B.V.uit [plaats 4] , vergunninghouder,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- er is geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig;
- het bouwplan is niet in strijd met artikel 2.2, eerste of achtste lid, van de Verordening Ruimte Provincie Zeeland
- het bouwplan is niet in strijd met de Structuurvisie “Krachtig verbonden”, Visiedocument 2016 - 2020 en de Beleidsregel Pilot [plaats 6] ;
- de behoefte aan daghoreca is voldoende onderbouwd;
- bij de realisering van het project is voorzien in voldoende parkeerplaatsen;
- het relativiteitsvereiste staat aan een (inhoudelijke) beoordeling van de beroepsgrond over de Wet Natuurbescherming (stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden) in de weg;
- mogelijke privaatrechtelijke belemmeringen zijn nu (in fase 1) niet aan de orde.
- de eisen van artikel 2.5, eerste lid, van de Verordening Ruimte Provincie Zeeland (geen permanente bewoning van de nieuwe recreatiewoningen en verhuur door een centrale bedrijfsmatige exploitatie) niet als voorschriften aan de vergunning zijn verbonden;
- de ladder van duurzame verstedelijking onvoldoende is onderbouwd;
- geen belangenafweging is opgenomen waarin wordt ingegaan op het door eisers gevreesde verlies aan privacy, uitzicht en zonlichttoetreding en de gevreesde geluidsoverlast door het laden en lossen.