De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen tot 14 oktober 2025. De GI stelde dat ondanks vooruitgang de situatie nog fragiel was en dat verdere monitoring noodzakelijk bleef.
De ouders hadden de hulpverlening geaccepteerd en waren actief bezig met het verbeteren van de opvoedsituatie. Er waren geen recente meldingen van escalaties en de minderjarigen waren ontspannen en stabiel. De hulpverlening was teruggebracht van drie naar twee keer per week.
De kinderrechter concludeerde dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling niet langer werden vervuld omdat de ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de minderjarigen was weggenomen. Hoewel de GI verdere opvolging wilde, was dit geen grond voor verlenging.
Het verzoek tot verlenging werd daarom afgewezen. De ouders en GI werden geprezen voor hun inzet en het proces vond plaats met gesloten deuren. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.