ECLI:NL:RBZWB:2025:3027

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 april 2025
Publicatiedatum
19 mei 2025
Zaaknummer
C02/425727 / JE RK 24-1515
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Leuven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling na stabilisatie opvoedsituatie minderjarigen

De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen tot 14 oktober 2025. De GI stelde dat ondanks vooruitgang de situatie nog fragiel was en dat verdere monitoring noodzakelijk bleef.

De ouders hadden de hulpverlening geaccepteerd en waren actief bezig met het verbeteren van de opvoedsituatie. Er waren geen recente meldingen van escalaties en de minderjarigen waren ontspannen en stabiel. De hulpverlening was teruggebracht van drie naar twee keer per week.

De kinderrechter concludeerde dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling niet langer werden vervuld omdat de ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de minderjarigen was weggenomen. Hoewel de GI verdere opvolging wilde, was dit geen grond voor verlenging.

Het verzoek tot verlenging werd daarom afgewezen. De ouders en GI werden geprezen voor hun inzet en het proces vond plaats met gesloten deuren. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen is afgewezen vanwege een stabiele opvoedsituatie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/425727 / JE RK 24-1515
Datum uitspraak: 8 april 2025
Beschikking van de kinderrechter over verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedag 1] 2019 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedag 2] 2020 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden in deze zaak aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. F.J.V.H. Stoffels te Zevenbergen,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesdossier bevat de volgende stukken:
  • De beschikking van deze rechtbank van 11 oktober 2024 en de daarin genoemde stukken;
  • De brief van de GI van 27 februari 2025 met bijlagen.
1.2.
Op 8 april 2025 heeft de kinderrechter het verzoek, met gesloten deuren, mondeling behandeld. Daarbij zijn verschenen en heeft de kinderrechter gehoord:
  • de moeder, bijgestaan door mr. Stoffels;
  • de vader;
  • een vertegenwoordigster namens de GI.

2.De feiten

2.1.
De GI heeft verzocht om de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
2.2.
Bij beschikking van 11 oktober 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 14 april 2025 en is het resterende deel van het verzoek aangehouden in afwachting van een schriftelijk verslag van de GI met daarin een weergave van de actuele stand van zaken.
2.3.
Ter beoordeling ligt nog voor het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 14 oktober 2025.

3.De standpunten

3.1.
Volgens de GI waren er grote zorgen over het opgroeien van de minderjarigen. In de afgelopen maanden hebben de moeder en de vader heel hard gewerkt aan het stabiliseren van de opvoedsituatie. Zij verdienen hiervoor een groot compliment. Er zijn geen meldingen meer gedaan over escalaties in het gezin. De moeder is rustiger en meer in controle. De minderjarigen zijn meer ontspannen en hebben meer rust. Nieuwe situaties in de opvoedsituatie zijn nog lastig en vragen nog om ondersteuning vanuit de hulpverlening. Met de hulp van [hulpverlening] is de moeder meer in haar kracht gaan staan. De vader is weer vaker in het gezin, maar gaat naar zijn eigen huis als het te veel voor hem wordt. De agressie vanuit de vader is gereduceerd. De GI ziet dat het goed gaat met de minderjarigen, dat zij lekker in hun vel zitten en dat zij ontspannen zijn. Het gezin maakt grote stappen vooruit. In plaats van drie keer in de week komt er nu twee keer per week hulpverlening in het gezin. Volgens de GI is de situatie nog maar net voldoende en nog zeer fragiel. De GI verwacht dat als de ondertoezichtstelling nu wordt afgesloten, de kans groot is, dat het gezin terugvalt in het gedwongen kader. In het voorjaar en de zomer zal er meer interactie ontstaan tussen het gezin en de buurt, wat voorheen een van de grootste bronnen van conflicten was. Hoewel de moeder en de vader hebben geleerd om niet meer overal op te reageren en om uit de situatie te gaan, zal in de komende periode moeten blijken of zij dit daadwerkelijk gaan toepassen. Ook wil de vader weer bij het gezin gaan wonen, wat de GI graag nog wil volgen. De GI twijfelt of de moeder en de vader voldoende intrinsieke motivatie hebben om de hulpverlening ook op vrijwillige basis te blijven accepteren. De GI wil in de komende periode de opvoedsituatie voor de minderjarigen laten bestendigen en hen met een sterk borgingsplan overdragen naar het vrijwillig kader.
3.2.
Door en namens de moeder en de vader is aangevoerd dat het erg goed gaat met de minderjarigen. De moeder en de vader hebben positieve stappen gezet. Ook de verstandhouding van moeder met de vader van de minderjarigen is erg verbeterd. De ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de minderjarigen is nagenoeg weggenomen. Het is dan ook de vraag of een ondertoezichtstelling van de minderjarigen nog noodzakelijk is. De moeder en de vader ervaren veel steun vanuit [hulpverlening] en zullen deze vorm van hulpverlening ook in een vrijwillig kader voortzetten. Daarnaast kan de jeugdprofessional van het [zorgondersteuner] van de gemeente Moerdijk nog inspringen, als er een aanvullende vorm van hulp noodzakelijk is. Verder kunnen de moeder en de vader een beroep doen op hun netwerk voor extra ondersteuning. De moeder en de vader stemmen dan ook niet in met het resterende verzoek van de GI.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 1:255, eerste lid BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en
de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid BW, in staat zijn te dragen.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255, eerste lid BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is het volgende gebleken. De moeder en de vader hebben aangeboden hulpverlening geaccepteerd en zijn daarmee aan de slag gegaan. Zij hebben zich opengesteld voor adviezen en hebben deze opgevolgd. De moeder is rustiger geworden en heeft meer controle over de situatie. De vader laat minder agressief gedrag zien. Als gevolg hiervan is er voor de minderjarigen een stabiele opvoedsituatie ontstaan. Er is structuur en balans gekomen voor de minderjarigen. Als gevolg van de positieve stappen die zijn gezet, is de hulpverlening vanuit [hulpverlening] teruggegaan van drie naar twee bezoeken per week. De GI heeft gezien dat het goed gaat met de minderjarigen. De minderjarigen zitten lekker in hun vel en zijn ontspannen. De kinderrechter complimenteert de GI, de ouders en de vader voor de wijze waarop zij zich voor de minderjarigen hebben ingezet. Hun inspanningen hebben ervoor gezorgd dat de ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de minderjarigen zo goed als weggenomen is. Zij hebben laten zien dat zij bereid en in staat zijn om hulp te aanvaarden. Dit maakt dat er niet meer wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor een ondertoezichtstelling van de minderjarigen. Dat de GI de verdere ontwikkelingen nog wil volgen en het borgingsplan wil afronden is voorstelbaar, maar kan niet als grond dienen om de ondertoezichtstelling van de minderjarigen nog te verlengen.
4.3.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
wijst het resterende deel van het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2025 door mr. Van Leuven, kinderrechter, in tegenwoordigheid van Joosen, als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 17 april 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.