Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
hierna te noemen: [gedaagde 1] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres vordert materiële en immateriële schadevergoeding van gedaagde 1 en gedaagde 2 vanwege schade aan haar dak veroorzaakt door werkzaamheden uitgevoerd door gedaagde 2. Gedaagde 1 had gedaagde 2 ingeschakeld als aannemer voor verbouwwerkzaamheden aan zijn woning. Op 1 maart 2024 heeft gedaagde 2 zonder toestemming een deel van het dak van eiseres verwijderd en stenen gemetseld in haar aanbouw, wat op 2 maart 2024 werd geconstateerd.
Eiseres stelde gedaagde 2 aansprakelijk en vorderde een schadevergoeding van in totaal €7.600,01. Met gedaagde 1 werd een onderlinge regeling getroffen, waardoor de vordering tegen hem niet meer aan de orde was. Gedaagde 2 verscheen wel in de procedure maar voerde geen verweer. De kantonrechter achtte de vordering tegen gedaagde 2 gegrond en wees deze toe, met een vermindering van €500 vanwege de regeling met gedaagde 1.
De proceskosten werden eveneens aan gedaagde 2 opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter Ebben op 7 mei 2025.
Uitkomst: Gedaagde 2 wordt veroordeeld tot betaling van €7.600,01 schadevergoeding en proceskosten aan eiseres.