ECLI:NL:RBZWB:2025:3052

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 maart 2025
Publicatiedatum
20 mei 2025
Zaaknummer
11310746 CV EXPL 24-3201 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van den Boom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArtikel 7 Wet op de omzetbelasting 1968
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling factuur uitvaartverzorging toegewezen wegens niet-verrekening polisuitkering

Dela Uitvaartverzorging heeft in opdracht van de gedaagde de uitvaart van haar moeder verzorgd en een factuur van € 2.490,00 verzonden. De gedaagde stelde dat de polisuitkering van Monuta de factuur zou dekken, maar kon dit niet onderbouwen omdat Dela niet over de benodigde informatie beschikte om de polisuitkering te verrekenen. Ondanks meerdere aanmaningen betaalde de gedaagde niet.

De rechtbank oordeelde dat het verweer van de gedaagde faalde omdat zij niet is verschenen om haar stellingen te onderbouwen. De kantonrechter wees de vordering van Dela toe, inclusief buitengerechtelijke incassokosten van € 373,50 en wettelijke rente over het factuurbedrag vanaf de dagvaarding.

De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van in totaal € 2.934,17 plus rente en proceskosten van € 1.228,38. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De gedaagde is veroordeeld tot betaling van € 2.934,17 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11310746 \ CV EXPL 24-3201
Vonnis van 19 maart 2025
in de zaak van
DELA UITVAARTVERZORGING N.V.,
te Eindhoven,
eisende partij,
hierna te noemen: Dela,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 2 oktober 2024 met de daarin genoemde processtukken;
- de mondelinge behandeling van 17 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Vermelding verdient dat [gedaagde], hoewel behoorlijk opgeroepen, zonder bericht van verhindering niet op de terechtzitting is verschenen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Dela heeft in opdracht van [gedaagde] de uitvaart van haar moeder verzorgd.
2.2.
Dela heeft op 26 februari 2024 een factuur aan [gedaagde] verzonden met een bedrag van € 2.490,00. In de specificatie bij die factuur is het volgende vermeld:
“Tot op heden hebben wij geen reactie gehad op onze verzoeken om extra informatie voor u het indienen van de polis(sen) van meneer/mevrouw [naam]. Daarom zijn wij genoodzaakt dit proces af te sluiten en versturen we deze rekening zonder verrekening van de polis(sen). Het is hierna niet meer mogelijk alsnog de polis(sen) via ons te innen.”
2.3.
Op 22 april 2024 heeft Dela een laatste herinnering aan [gedaagde] verzonden. Vervolgens zijn door de gemachtigde van Dela op 15 mei 2024, 21 mei 2024 en 3 juni 2024 aanmaningen aan [gedaagde] verzonden. [gedaagde] is niet overgegaan tot betaling.

3.Het geschil

3.1.
Dela vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 3.012,61, vermeerderd met wettelijke rente over € 2.490,00 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van volledige betaling, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Dela legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van de betalingsverplichting die voortvloeit uit de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht. Dela stelt dat [gedaagde] gehouden is tot betaling van het op 26 februari 2024 in rekening gebrachte bedrag van € 2.490,00, hetgeen zij – ondanks herinneringen daartoe – heeft nagelaten.
3.3.
[gedaagde] erkent dat er tussen partijen een overeenkomst is gesloten voor het verzorgen van de uitvaart van haar moeder maar voert aan dat Dela de polissen bij Monuta en Reaal zou innen. [gedaagde] voert aan dat de polis van Monuta tot uitkering is gekomen en dat daarmee het bedrag van de factuur is voldaan. [gedaagde] betwist de vordering en de bijkomende kosten verschuldigd te zijn.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] het factuurbedrag aan Dela verschuldigd is. Het verweer van [gedaagde] dat de uitkering(en) van de polis(sen) bij Monuta en/of Reaal door Dela zouden worden verrekend met het factuurbedrag slaagt niet. Dela heeft hierover ter zitting verklaard dat Dela informatie van [gedaagde] nodig had om de uitkering(en) uit de polis(sen) te kunnen verrekenen. Nu die informatie is uitgebleven kon Dela dat niet en heeft Dela het factuurbedrag rechtstreeks bij [gedaagde] in rekening gebracht. Zo blijkt ook uit de vermelding hierover in de specificatie bij de factuur van 26 februari 2024. [gedaagde] is niet ter zitting verschenen en heeft daarmee geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om haar verweer nader te motiveren. De kantonrechter overweegt in dat verband dat [gedaagde] uit het tussenvonnis had kunnen afleiden dat de uitnodiging voor de zitting niet vrijblijvend was en dat de kantonrechter, aan het niet-verschijnen, de gevolgtrekkingen kan verbinden die hem geraden voorkomen. Door niet ter zitting te verschijnen heeft [gedaagde] in het bijzonder de mogelijkheid voorbij laten gaan om nader uiteen te zetten waarop haar (door Dela betwiste) stelling is gebaseerd dat de polis bij Monuta tot een uitkering heeft geleid en dat dit geld aan Dela is uitgekeerd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de vordering van Dela door [gedaagde] niet voldoende gemotiveerd is weersproken. Het gevolg daarvan is dat de stellingen van Dela voor juist moeten worden gehouden en dat [gedaagde] het factuurbedrag aan Dela zal moeten betalen. De kantonrechter zal dit deel van de vordering daarom toewijzen.
4.2.
Dela maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Dela heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Over de buitengerechtelijke incassokosten wordt btw gevorderd. De gevorderde btw is niet toewijsbaar nu Dela niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn in de zin van artikel 7 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie verricht te hebben. De kantonrechter zal daarom – conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten – een bedrag van € 373,50 aan buitengerechtelijke incassokosten toewijzen.
4.3.
Vanwege het betalingsverzuim aan de zijde van [gedaagde] is de gevorderde wettelijke rente eveneens toewijsbaar. Die rente is tot aan de dagvaarding berekend op een bedrag van
€ 70,67.
4.4. Samenvattend is toewijsbaar een bedrag van € 2.490,00 aan hoofdsom, € 373,50 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 70,67 aan verschenen rente, ofwel een totaalbedrag van € 2.934,17, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.490,00 vanaf 4 september 2024 tot aan de dag van volledige betaling.
4.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief
nakosten) betalen. De proceskosten van Dela worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
137,38
- griffierecht
496,00
- salaris gemachtigde
476,00
(2 punten × € 238,00)
- nakosten
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.228,38

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Dela te betalen een bedrag van € 2.934,17, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 2.490,00 vanaf 4 september 2024 tot de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.228,38, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Boom, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2025.