Uitspraak
1.[verhuurder 1],
2. [verhuurder 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
.De proceskosten van [huurder] worden begroot op:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten op 1 juni 2023 een huurovereenkomst voor een zelfstandige woning met een huur van € 920,00 en servicekosten van € 195,00 per maand. De overeenkomst eindigde in augustus 2023. De huurder vorderde terugbetaling van de waarborgsom, een deel van de huur over augustus 2023 en servicekosten, omdat verhuurders de overeenkomst voortijdig beëindigd zouden hebben.
Verhuurders betwistten de vorderingen en voerden schade aan het gehuurde aan die verrekend moest worden met de waarborgsom. Er was een afspraak gemaakt over een schadevergoeding van € 250, waarvan de huurder de helft had betaald. Verhuurders verschenen niet op de zitting, waardoor hun verweer minder zwaar woog.
De kantonrechter oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De schadevergoeding van € 125,00 betaald door de huurder werd in mindering gebracht op de waarborgsom. De vordering tot terugbetaling van € 1.655,00 werd toegewezen. Ook werd een deel van de huur over augustus 2023 en een bedrag van € 300,00 aan servicekosten toegewezen. De wettelijke rente werd toegekend vanaf de dagvaarding over € 2.040,85. Verhuurders werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 2.340,85 plus rente en proceskosten.
Uitkomst: Verhuurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 2.340,85 plus wettelijke rente en proceskosten na voortijdige beëindiging huurovereenkomst.