ECLI:NL:RBZWB:2025:3065

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 mei 2025
Publicatiedatum
21 mei 2025
Zaaknummer
11291571 \ CV EXPL 24-3188 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van 't Nedereind
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:219 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 6:277 BWArt. 3b polisvoorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid en schadevergoeding bij voortijdige beëindiging van leaseovereenkomst wegens strafrechtelijk delict

Stellantis Financial Services Nederland B.V. heeft drie leaseovereenkomsten gesloten met Class Cars B.V. voor autoverhuur. Eén van de gehuurde auto's was betrokken bij een strafrechtelijk delict, waarna alle drie de huurcontracten feitelijk zijn geëindigd.

In een tussenvonnis van 5 maart 2025 werd vastgesteld dat Class Cars B.V. risicoaansprakelijkheid draagt voor het gebruik van de auto door derden en dat de autoverzekering de schade veroorzaakt door het strafrechtelijk delict niet dekt. Hierdoor is Class Cars B.V. aansprakelijk voor de schade aan de auto en de gevolgen van de voortijdige beëindiging van de overeenkomst.

De kantonrechter wijst de schadevergoeding toe die Stellantis baseert op afschrijving, boekwaardeverlies en winstderving voor de auto die betrokken was bij het delict, ter hoogte van € 6.653,37. De vorderingen voor de andere twee auto's worden afgewezen wegens het ontbreken van tekortkomingen. De vorderingen tegen de bestuurder van Class Cars B.V. worden eveneens afgewezen wegens gebrek aan onrechtmatig handelen.

Daarnaast worden rentevergoedingen toegewezen conform wettelijke bepalingen en worden proceskosten aan Class Cars B.V. opgelegd. Vorderingen tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitkomst: Class Cars B.V. is aansprakelijk en veroordeeld tot betaling van € 32.643,44 schadevergoeding plus rente en proceskosten; vorderingen tegen bestuurder worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11291571 \ CV EXPL 24-3188
Vonnis van 14 mei 2025
in de zaak van
STELLANTIS FINANCIAL SERVICES NEDERLAND B.V.,
statutair gevestigd in Rotterdam en kantoorhoudende in Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Stellantis,
gemachtigde: Jongejan & Wisseborn c.s.,
tegen

1.CLASS CARS B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende in Breda,
hierna te noemen: Class Cars B.V.,

2.[naam] ,

wonende in [plaats] ,
hierna te noemen: [naam]
gedaagde partijen,
gemachtigde: mr. O. Lenselink.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 5 maart 2025
- de akte van Stellantis
- de akte van Class Cars B.V.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In deze zaak is op 5 maart 2025 een tussenvonnis gewezen. Leasemaatschappij Stellantis heeft drie huurcontracten gesloten met Class Cars B.V. voor de verhuur van auto’s. Een van de auto’s is betrokken bij een strafrechtelijk delict. Alledrie de huurcontracten zijn vervolgens feitelijk geëindigd. De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 5 maart 2025 geoordeeld dat Class Cars B.V. de schade moet vergoeden die Stellantis lijdt als gevolg van de voortijdige ontbinding van de overeenkomst van het voertuig dat betrokken was bij een strafrechtelijk delict. Stellantis is in de gelegenheid gesteld om de omvang van die schade te onderbouwen. Stellantis vordert verder de kosten die gebruikelijk zijn bij het einde van de huurovereenkomst. Voor een gedeelte van deze kosten heeft de kantonrechter in het tussenvonnis geoordeeld dat deze kunnen worden toegewezen. Ten aanzien van het overige deel van die kosten is Stellantis in de gelegenheid gesteld om nadere onderbouwing te geven, onder meer over haar stelling dat deze schade niet gedekt is onder de verzekering. In het tussenvonnis is verder al geoordeeld dat de vorderingen tegen [naam] zullen worden afgewezen.
2.2.
Stellantis heeft over deze punten een akte genomen en producties ingediend. Class Cars B.V. en [naam] hebben hier bij antwoordakte op gereageerd.
De vordering tegen [naam]
2.3.
In het tussenvonnis van 5 maart 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat geen sprake is van onrechtmatig handelen van [naam] . Daarom wijst de kantonrechter de vordering tot betaling van schade door [naam] af.
2.4.
Stellantis is daarmee in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [naam] betalen. De kantonrechter begroot deze kosten op een bedrag van € 815,00 aan salaris gemachtigde ( (2 x € 815,00 en vermenigvuldigd met een factor 1/2 omdat [naam] en Class Cars B.V. gezamenlijk met één gemachtigde verweer hebben gevoerd), en € 135,00 aan nakosten (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing).
De vorderingen tegen Class Cars B.V.
schade als gevolg van de voortijdige beëindiging
2.5.
In het tussenvonnis van 5 maart 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat de overeenkomsten tussen partijen als ontbonden moeten worden beschouwd. Daarbij is geoordeeld dat wel sprake was van een tekortkoming van Class Cars B.V. in verband met de overeenkomst die zag op de huur van de auto met [kenteken 1] , maar niet in verband met de huurovereenkomsten voor de auto’s met [kenteken 2] en [kenteken 3] . Daarom is Class Cars B.V. alleen aansprakelijk voor de schade als gevolg van de voortijdige beëindiging van huurovereenkomst voor de auto met [kenteken 1] .
2.6.
Op grond daarvan wijst de kantonrechter de in verband met de auto’s met [kenteken 2] en [kenteken 3] gevorderde schadevergoeding af.
2.7.
Voor wat betreft de schadevergoeding in verband met de auto met [kenteken 1] heeft de kantonrechter geoordeeld dat partijen geen gefixeerde schadevergoeding zijn overeengekomen. De kantonrechter heeft Stellantis vervolgens toegelaten om haar daadwerkelijke schade op dat punt nader te onderbouwen.
2.8.
Stellantis heeft daarvoor bij akte van 19 maart 2025 onder verwijzing naar een afschrijvingstabel van de fiscus een berekening gemaakt van de afschrijving, boekwaardeverlies en winstderving. Daarmee komt zij uit op een totaalbedrag van € 9.400,00 aan schade wegens voortijdige beëindiging. Zij handhaaft haar vordering tot een bedrag van € 6.653,37.
2.9.
Class Cars B.V. heeft tegen deze berekening geen bezwaar gemaakt. Daarom wijst de kantonrechter deze vordering voor een bedrag van € 6.653,37 toe.
‘Niet-verhaalbare’ schade [kenteken 1]
2.10.
In verband met deze schade heeft de kantonrechter in het tussenvonnis van 5 maart 2025 Stellantis toegelaten om te onderbouwen dat de schade die is veroorzaakt door het onzorgvuldig gebruik van de bestuurder van de auto met [kenteken 1] niet onder de verzekering gedekt was of dat op andere grond uitkering terecht geweigerd is. Stellantis heeft daarop in haar akte toegelicht dat het casco in eigen beheer is verzekerd en heeft de betreffende polisvoorwaarden overgelegd. Zij verwijst daarbij naar de uitsluitingsgrond van artikel 3b waarin is opgenomen dat
“niet verzekerd is schade ontstaan […] bij het plegen van of deelnemen aan een misdrijf, of bij een poging of voornemen daartoe”. Van een misdrijf is sprake, omdat het voertuig kapot gereden is in een wilde achtervolging door de politie, een achtervolging die werd ingezet in verband met een verdenking van een drugsdelict, aldus Stellantis. Daarbij is volgens haar niet vereist dat Class Cars B.V. zelf het strafbare feit moet hebben gepleegd, maar is voldoende dat het voertuig bij het plegen van strafbare feiten betrokken is geweest.
Class Cars B.V. heeft bij antwoordakte betwist dat sprake is van een misdrijf.
2.11.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Class Cars B.V. de stelling van Stellantis dat deze schade niet gedekt is onder de verzekering, onvoldoende gemotiveerd betwist. Stellantis heeft namelijk verwezen naar het proces-verbaal van bevindingen van de politie waarin is beschreven dat de auto een stopteken heeft genegeerd, vervolgens tegen de politieauto is aangereden, is doorgereden, vervolgens tegen en over een hek is gereden, opnieuw is doorgereden en na een achtervolging met hoge snelheid is ontkomen. Het voertuig is uiteindelijk enige tijd later zonder de bestuurder aangetroffen. Class Cars B.V. heeft niet betwist dat deze aanrijdingen en de achtervolging hebben plaatsgevonden en dat daardoor de schade aan de auto is ontstaan. Uit deze feiten volgt in ieder geval dat de bestuurder meermaals de plaats van een ongeval heeft verlaten zonder gelegenheid te bieden om zijn identiteit vast te stellen, hetgeen een misdrijf is.
2.12.
Daaruit volgt dat het beroep van Stellantis op de uitsluitingsgrond van artikel 3b van haar polisvoorwaarden slaagt. Op grond van artikel 18.6 van de AV is Class Cars B.V. aansprakelijk voor deze schade. Daarom wijst de kantonrechter de vordering van € 13.521,22 toe.
inleverschade kentekens [kenteken 1] , [kenteken 2] en [kenteken 3] en eigen risico
2.13.
De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 5 maart 2025 Stellantis ook toegelaten tot nadere onderbouwing waarom de door haar gestelde inleverschade niet is gedekt onder de verzekering en op grond waarvan Class Cars B.V. een eigen risico verschuldigd is. Stellantis heeft in verband daarmee in haar akte – samengevat – gesteld dat uit de overgelegde taxatierapporten de inleverschade blijkt en dat zij de juiste schadebedragen in rekening heeft gebracht. Het eigen risico heeft volgens Stellantis betrekking op een schade die voorafgaande aan het inleveren van voertuigen wél door Class Cars B.V. was gemeld en daarom wél was gedekt.
2.14.
De kantonrechter is van oordeel dat Stellantis hiermee niet de gevraagde onderbouwing heeft gegeven. Het betreft namelijk een herhaling van wat Stellantis al had aangevoerd en geen nieuwe informatie, zoals bijvoorbeeld polisvoorwaarden waarin hierover iets is bepaald en een toelichting over de schade waar het eigen risico betrekking op heeft. De kantonrechter wijst daarom deze schade als onvoldoende onderbouwd af.
vervangend vervoer [kenteken 1] , laatste huurtermijn en kilometerafrekening
2.15.
Op grond van wat de kantonrechter in het tussenvonnis heeft geoordeeld in verband met de schadevorderingen ten aanzien van vervangend vervoer voor de auto met [kenteken 1] (€ 2.684,80 ), de laatste huurtermijn van september 2023 (€ 505,87) en de kilometerafrekening (€ 9.278,18), wijst de kantonrechter deze vorderingen voor een totaalbedrag van € 12.468,85 toe.
rente
2.16.
Stellantis vordert betaling van de hoofdsom vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf het moment dat zij Class Cars B.V. heeft aangemaand om te betalen, 1 november 2023. Wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek (BW) mag in rekening worden gebracht als sprake is van vertraging in de nakoming van een betalingsverplichting uit een handelsovereenkomst. Daarbij moet sprake zijn van verzuim.
Op 1 november 2023 waren de betalingstermijnen van de niet betaalde facturen verstreken, zodat Class Cars B.V. op dat moment in ieder geval in verzuim was. Daarnaast is sprake van een handelsovereenkomst tussen partijen.
De toegewezen schade als gevolg van de voortijdige ontbinding, een bedrag van € 6.653,37, is echter niet gebaseerd op de handelsovereenkomst tussen partijen, maar op artikel 6:277 BW Pro. Daarom is over dat bedrag de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro worden toegewezen. Datzelfde geldt voor het toegewezen bedrag wegens schade aan het voertuig (€ 13.521,22) aangezien dit ook geen primaire betalingsverplichting uit de handelsovereenkomst betreft
zoals bedoeld in artikel 6:119a BW.
De overige toegewezen bedragen, in totaal een bedrag van € 12.468,85, zijn wel gebaseerd op de handelsovereenkomst tussen partijen. Daarom wijst de kantonrechter over dit bedrag de handelsrente toe.
buitengerechtelijke kosten
2.17.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal worden afgewezen. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is op het grootste deel van de vordering niet van toepassing. Niet is gesteld of gebleken dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele algemene aanmaning. De kosten waarvan Stellantis vergoeding van Class Cars B.V. vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als kosten die betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.
proceskosten
2.18.
Class Cars B.V. is voor een groot deel in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen, waarbij de kantonrechter deze baseert op de in deze procedure toe te wijzen hoofdsom van € 32.643,44. Ook hier wordt een factor 1/2 toegepast aangezien de kosten van Stellantis mede zijn gemaakt in verband met haar vordering op [naam] . De proceskosten van Stellantis worden daarmee begroot op:
- kosten van de dagvaarding
58,20
(116,39 x 1/2)
- griffierecht
704,50
(1.409,00 x 1/2)
- salaris gemachtigde
678,75
(2,5 punten × € 543,00 x 1/2)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.576,45

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen tegen [naam] af,
3.2.
veroordeelt Stellantis in de proceskosten van [naam] voor een bedrag van € 950,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Stellantis niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt Class Cars B.V. om aan Stellantis te betalen een bedrag van € 32.643,44, te vermeerderen met
- de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 12.468,85 vanaf 1 november 2023 tot de dag van volledige betaling,
- de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 20.174,59 vanaf 1 november 2023 tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt Class Cars B.V. in de proceskosten van € 1.576,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Class Cars B.V. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2025.