ECLI:NL:RBZWB:2025:3082

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 mei 2025
Publicatiedatum
21 mei 2025
Zaaknummer
25/1124
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 6:12 AwbWet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

College moet binnen twee weken alsnog beslissing nemen op Woo-verzoek en dwangsom betalen

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal omdat het college niet tijdig heeft beslist op haar verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). De rechtbank constateert dat het college de beslistermijn heeft overschreden, ondanks ingebrekestelling op 31 december 2024.

Het college gaf aan dat door capaciteitsproblemen en een toename van Woo-verzoeken een achterstand is ontstaan, maar verwacht uiterlijk 1 augustus 2025 een besluit te kunnen nemen. De rechtbank wijst dit af en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van twee weken na verzending van het vonnis op voor het nemen van een besluit.

Daarnaast wordt het college een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat het besluit uitblijft, met een maximum van €15.000. Het griffierecht wordt aan eiseres vergoed. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.

Uitkomst: Het college moet binnen twee weken alsnog een besluit nemen en betaalt een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1124 WOO

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 mei 2025 in de zaak tussen

[eiseres] ., uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het college volgens haar niet op tijd heeft beslist op een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) van 18 november 2024.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep kennelijk gegrond?
3. Het beroep is kennelijk gegrond. Niet in geschil is dat de termijn waarbinnen het college moet beslissen inmiddels voorbij is. Eiseres heeft het college op 31 december 2024 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.
Welke beslistermijn moet aan het college worden opgelegd?
4. Omdat het college nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het college dit alsnog moet doen.
4.1.
Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het college dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen. In een e-mail van 24 april 2025 heeft het college aangegeven dat door de toename van het aantal Woo-verzoeken en een onderbezetting een achterstand is opgelopen. Inmiddels heeft er een uitbreiding van capaciteit plaatsgevonden. Verwacht wordt uiterlijk 1 augustus 2025 een beslissing te kunnen nemen op het verzoek.
4.2.
De rechtbank ziet geen reden om een langere termijn dan twee weken te geven gelet op het tijdsverloop. Het college moet dus binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend maken.
5. De rechtbank bepaalt in overeenstemming met het landelijk beleid dat het college een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het college. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt, het college de onder 4.2. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan het college de onder 5. genoemde dwangsom wordt opgelegd.
7. Omdat het beroep gegrond is, moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die volgens de wet vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt het college op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat het college aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van J. Stevens, griffier, op 21 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.