Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging
3.De beslissing
de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolgingvan verdachte.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 16 mei 2025 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die in 1989 geboren is en in 2025 is overleden. Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat verdachte inmiddels is overleden, wat gevolgen heeft voor de ontvankelijkheid van de vervolging.
Volgens artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering tegen een verdachte die is overleden. Hierdoor kan de officier van justitie niet langer vervolging instellen tegen de overledene. De rechtbank heeft op basis hiervan de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging.
De uitspraak werd mondeling gedaan tijdens de zitting en het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank, bestaande uit drie rechters. De advocaat van verdachte was mr. E.R. Butin Bik. De beslissing betekent dat de strafzaak tegen verdachte wordt beëindigd wegens het overlijden van verdachte.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het overlijden van verdachte.