ECLI:NL:RBZWB:2025:3126
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen afname en verwerking DNA-profiel bij veroordeling witwassen ongegrond verklaard
De veroordeelde is veroordeeld wegens witwassen, gepleegd op geheel digitale wijze, en heeft bezwaar gemaakt tegen de afname en verwerking van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA. Hij stelde dat DNA-onderzoek geen betekenis zou hebben voor opsporing en vervolging, mede gezien de bijzondere omstandigheden van het misdrijf en het geringe recidivegevaar.
De rechtbank heeft het bezwaar op 22 april 2025 behandeld. De officier van justitie voerde aan dat DNA-onderzoek bij witwassen wel degelijk een bijdrage kan leveren aan opsporing en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat het misdrijf voldoet aan de wettelijke vereisten voor afname van DNA en dat de Wet DNA terughoudendheid vereist bij het aannemen van uitzonderingssituaties.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad en concludeerde dat de omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd niet uitzonderlijk zijn en dat het recidivegevaar niet evident afwezig is. Hoewel de veroordeelde stappen heeft gezet richting maatschappelijke verbetering, is dat onvoldoende om het bezwaar toe te wijzen. Het bezwaar is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afname en verwerking van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.