Uitspraak
1.[opdrachtgever 1] ,
2.
[opdrachtgever 2],
1.DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [V.O.F.] ,
2.
[vennoot 1],
3.
[vennoot 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten in mei 2023 een overeenkomst waarbij de gedaagde, een vennootschap onder firma, een serre zou realiseren voor eisers tegen een aanneemsom van €19.178,50. Eisers betaalden een aanbetaling van €14.178,50 in drie termijnen, maar de werkzaamheden zijn nooit uitgevoerd.
De kantonrechter stelt vast dat de aannemer tekort is geschoten in de nakoming, aangezien de werkzaamheden niet zijn gestart ondanks afspraken dat dit kort na de zomervakantie 2023 zou gebeuren. Eisers stuurden op 30 juli 2024 een ingebrekestelling met een termijn van drie weken, waarna de aannemer in verzuim raakte op 21 augustus 2024. Een voorstel van de aannemer om op 24 september 2024 te starten werd niet aan redelijke voorwaarden gebonden en leidde niet tot overeenstemming.
De kantonrechter verklaart de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden met ingang van 30 augustus 2024 en veroordeelt de aannemer tot terugbetaling van de aanbetaling. Kosten gemaakt voor materiaal kunnen niet worden verrekend omdat er geen gerealiseerde waarde bij eisers is. Daarnaast moet de aannemer de waarde van het hondenluik vergoeden, dat hij niet heeft teruggegeven. Ook de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De aannemer wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De overeenkomst is ontbonden en de aannemer is veroordeeld tot terugbetaling van de aanbetaling en vergoeding van het hondenluik.