Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[huurder] , H.O.D.N. [eenmanszaak] ,
2.
[B.V.],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 7 januari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een geschil over huurbetalingen en oplevergebreken van drie chalets verhuurd door eiser aan huurder en B.V. Huurder en B.V. huurden de chalets voor huisvesting van personeel. Eiser vordert betaling van huurachterstand, schadevergoeding, incassokosten en rente wegens niet-nakoming huurovereenkomst.
De rechtbank oordeelt dat de huurachterstand van huurder niet is bewezen, waardoor deze vordering wordt afgewezen. De schadevergoeding wegens ontbrekende inventaris wordt grotendeels afgewezen vanwege onvoldoende bewijs, behalve een vergoeding van €199 voor een ontbrekende koelkast, die wordt verrekend met te veel betaalde servicekosten.
Tegen B.V. worden de eindafrekeningen toegewezen. Schadevergoeding voor gebreken die na huurperiode zijn geconstateerd wordt afgewezen. Voor diverse schadeposten wordt onvoldoende bewijs geleverd, maar enkele posten zoals eettafel (€150), vier deuren (€80), reiniging (€500), deurophanging (€10), ruitje (€75), TV (€50), schuifpui (€700) en magnetron (€70) worden toegewezen. Na verrekening van reeds betaalde bedragen wordt B.V. veroordeeld tot betaling van €4.047 plus wettelijke rente en incassokosten. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vorderingen tegen huurder afgewezen; B.V. veroordeeld tot betaling van €4.047 plus rente en incassokosten.