ECLI:NL:RBZWB:2025:3175

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 maart 2025
Publicatiedatum
23 mei 2025
Zaaknummer
11326897 \ MB VERZ  24-1315
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 154b Gemeentewet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen bestuurlijke boete voor fout parkeren scooter buiten aangewezen zones

Betrokkene kreeg een bestuurlijke boete opgelegd voor het parkeren van een scooter buiten de door het college aangewezen gebieden op 20 april 2024 te Breda. Betrokkene maakte bezwaar tegen de boete, stellende dat het beëindigen van de huuractie via de app niet mogelijk was en dat hij daarom genoodzaakt was de scooter op die plek te parkeren.

Het college verklaarde het bezwaar ongegrond waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting werd aangevoerd dat de app aangaf dat het parkeren op die locatie was toegestaan, maar de vertegenwoordigers van het college stelden dat de gemeentelijke regelgeving en zoneborden doorslaggevend zijn en dat de app niet exact kan bepalen of een locatie binnen een toegestane zone valt.

De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant en het dossier voldoende blijkt dat de scooter buiten de toegestane zones was geparkeerd. Betrokkene erkende dit feitelijk, maar beriep zich op de app, wat volgens de rechter niet doorslaggevend is. De boete werd terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard. De app is slechts een hulpmiddel en het risico van vertrouwen daarop komt voor rekening van betrokkene.

Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11326897 \ MB VERZ 24-1315
beschikkingsnummer: 20042413244060552500
uitspraakdatum: 11 maart 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep inzake een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde: [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een bestuurlijke boete (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college). Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dat besluit is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 maart 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). De gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: buiten de door het college aangewezen gebieden en bestemde voorzieningen een (brom-)fiets plaatsen of parkeren op 20 april 2024 om 13:24 uur op de Nieuwe Prinsenkade te Breda.
De gemachtigde was de bestuurder van de scooter. Hij heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Hij kon zijn huuractie niet beëindigen op een andere locatie via de app. Hierover had hij contact opgenomen met de klantenservice, waarbij hij 45 minuten moest wachten. Intussen is hij naar de pleeglocatie gereden, waarbij de app aangaf dat het beëindigen wel mogelijk was. Om die reden heeft hij daar geparkeerd.
Ter zitting heeft hij hieraan toegevoegd dat hij bij de haven zijn huuractie wilde beëindigen en dat dit niet lukte via de app, terwijl er om hem heen meerdere scooters van [betrokkene] stonden. Hij kon de scooter ook niet laten staan omdat anderen dan op zijn kosten zouden kunnen gaan rijden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Ondanks dat de app van [betrokkene] aangaf dat het op die locatie toegestaan was om de scooter te parkeren, geldt het Besluit fietshandhaving samen met de Algemene Plaatselijke Verordening, waaruit volgt dat alleen op de daarvoor bestemde plaatsen of voorzieningen binnen de zone geparkeerd mag worden. Dit wordt ook aangeduid met zoneborden. De app van [betrokkene] kan niet exact zien of betrokkene zich op zo’n daarvoor bestemde plek bevindt.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De scooter is geparkeerd op een plaats waar dit op grond van de gemeentelijke regelgeving over het parkeren van fietsen en bromfietsen niet is toegestaan. Betrokkene ontkent dit feitelijk ook niet, maar beroept zich op de app van [betrokkene]. Maar de plaatselijke regelgeving is doorslaggevend en niet de app van [betrokkene]. Aan het begin van de zone staan borden over het parkeerverbod. Betrokkene had dan ook anders kunnen en moeten handelen.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. De app van [betrokkene] is slechts een hulpmiddel voor de verhuur van scooters. Dat betrokkene op de app heeft vertrouwd en daardoor is bekeurd, is vervelend, maar dient voor eigen rekening en risico te komen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: