Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een bestuurlijke boete opgelegd voor het aanbieden van huishoudelijk afval buiten het aangewezen inzamelmiddel op 17 april 2024 in Breda. Hij maakte meerdere meldingen over volle containers via de gemeentelijke app, maar ervoer geen adequate reactie van de gemeente. Na een incident waarbij hij afval onjuist aanbood, volgde de boete.
Betrokkene maakte bezwaar tegen de boete, maar werd aanvankelijk niet gehoord. Na aandringen vond alsnog een hoorzitting plaats, waarna het bezwaar werd afgewezen. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, maar matigde deze tot nihil vanwege de frustraties van betrokkene over de volle containers en het gebrek aan adequate gemeentelijke reactie. Ook werden procedurele fouten bij de bezwaarbehandeling meegewogen. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheid werd terugbetaald.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M. Breeman op 11 maart 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.